23/03/09 - De nationale parken van Patagonië
Vuurland ontleend zijn naam aan de europese ontdekkingsreizigers die bij aankomst geinspireerd werden door de vuurplaatsen ontstoken door de Yahgan-indianen. Een ware indianenklus, gezien ook in die tijd de hardnekkige patagonische wind veelal stormachtige proporties moet hebben aangenomen... De naar het zuiden steeds smaller wordende landstrook wordt door de straat van Magellaan van het vasteland gescheiden en zo vormt Vuurland Zuid-Amerika's grootste eiland. Dat Ushuaia bestempeld wordt als de meest zuidelijk gelegen stad ter wereld op het vasteland is dus strikt genomen voor discussie vatbaar. Als 'el fin del mundo' dan toch op een eiland mag liggen, waarom komt de eer dan niet toe aan het chileense stadje Puerto Williams dat zich op het nog zuidelijker gelegen eiland Isla Navarino bevindt? Het benadrukt des te meer de fierheid van de Argentijnen. Een ander bewijs hiervan wordt geleverd door het blijven beschouwen van de zogenaamde 'Islas Malvinas' als argentijns grondgebied. Mits de oorlog om de Falklandeilanden te hebben verloren, staan de eilanden duidelijk op hun landkaarten vermeld als zijnde argentijns en vereren talrijke monumenten hun oorlogshelden nog steeds als overwinnaars.
We bezoeken het nationaal park Tierra del Fuego dat vlakbij Ushuaia ligt. Als bijzonderheid krijgen we er een indrukwekkende beverdam te zien. De ingenieuze U-vormige constructie wordt nog steeds door een actieve beverkolonie bewoond en heeft het aanvoerende stroompje buiten zijn oevers doen treden. We nemen plaats naast de dam en ons geduld wordt beloond: tot 2 maal toe vangen we een glimp op van een bever die zich even buitenshuis waagt. Een andere bijzonderheid wordt gevormd door de kleurrijke en uitgestrekte veengronden. Deze grondsoort is typisch voor de streek, want veen vormt zich alleen onder die klimatologische omstandigheden waarbij de decompositie van dood plantenmateriaal wordt verhinderd.
Na het bezoek aan het park laten we het 'pseudo-fin-del-mundo' achter ons. De verdwaalde zwerver mag dan wel Antarctica hebben aangedaan, bij gebrek aan sponsors ligt deze elitaire bestemming helaas niet binnen ons budget. We vatten de terugweg naar het noorden aan. In Rio Grande gaan we nieuwsgierig een kijkje nemen op de tweede boerderij van de wolbaron José Menendez. De estancia, Maria Behety genaamd, beslaat maar liefst 150.000 hectares (!) en voor 1 keer is de bewering 's werelds grootste te zijn hier niet voor discussie vatbaar. Bij het zien van de gigantische schapenscheerschuur bestaat er geen enkele twijfel meer! Het rode golfplaten gebouw overtreft al onze verwachtingen. Naast ontelbare hokken als sorteersysteem, bevat de schuur een aparte machinekamer voor het aandrijven van de wolpers en de 30 scheerplaatsen op rij. Vandaag de dag draait het bedrijf niet langer op volle capaciteit en telt 'slechts' 38.000 schapen die op 'slechts' 61.000 hectares gehouden worden. Ook hier heeft de boerderij zijn weg naar het toerisme gevonden en biedt luxe-accommodatie aan aan welbedeelde liefhebbers van vliegvissen en golf. Aangezien we niet tot deze laatste klasse behoren en het scheerseizoen jammer genoeg in januari werd afgerond, vervolgen we onze weg. We steken de grens over met Chili en begeven ons naar het kleine stadje Puerto Natales. Het is de uitvalsbasis voor wat ongetwijfeld Chili's beroemdste nationaal park is: Torres del Paine. Maar voor we gaan stappen hebben wij nog iets te vieren. Henks' verjaardag valt precies samen met ons 16 maanden onderweg zijn (is vandaag 17 geworden...). We zoeken een leuk hotel uit en klinken op beide gelegenheden. De avond wordt besloten met een etentje uit en een stiekem geregelde aardbeientaart...
's Anderendaags is het afgelopen met de verwennerij. We starten met onze wandeltocht door Torres del Paine. Aangezien we het grote circuit willen lopen rekenen we, als alles goed gaat, op een 8-daagse hike. De rugzakken zijn zwaar bepakt maar we hebben weinig keuze. Naast de tent, matjes en de slaapzakken sjouwen we ook alle kookspullen en het eten voor de komende week met ons mee. De eerste dagen is het even afzien. We krijgen af te rekenen met onvermijdelijke spierpijn, honderden bloeddorstige muggen en de gebruikelijke patagonische tegenwind. En toch wordt het een buitengewoon prachtige tocht! Iedere morgen worden we verwend met stralend nazomerweer en eens we er achter zijn gekomen dat de wind beter werkt dan welk insektenrepellent ook, weet die ons niet langer te deren. Door de afnemende hoeveelheid proviand worden de rugzakken met de dag lichter en tegen de tijd dat we de bergpas bereiken hebben we ons nepalees stapritme teruggevonden. In de geplande 8 dagen leggen we om en bij de 130 km af. Het ongekende natuurschoon dat het variërende landschap ons biedt vormt ruimschoots de beloning voor de geleverde inspanning. We trekken door landschappen al waren het prentkaarten. Onbegrensde ijsvlaktes in een onuitputtelijke schakering van blauw, grillige gletsjerformaties met melkwitte meren vol smeltwater, stenige hellingen leidend naar granieten bergtoppen; het zit allemaal vervat in 1 natuurpark. Wanneer we uiteindelijk terug bij de auto komen vieren we onze 'thuiskomst' haast als een overwinning!
Voor de zoveelste maal ondergaan we de formaliteiten van een grensovergang. Terug in Argentinië leggen we onze eerste kilometers af op de legendarische Ruta 40. De weg die meer dan 5000 km beslaat doorkruist het land letterlijk van noord naar zuid. Gezien zijn ongeasfalteerde status verwierf hij faam als Zuid-Amerika's slechtste autobaan. Vandaag de dag ligt het overgrote deel er inmiddels geasfalteerd bij, maar de onvermijdelijke stukken gravelroad waar we overheen moeten kosten ons niettemin een paar nieuwe terreinbanden. Als naast de brandstofpomp en de nieuwe batterij de kosten aan onze auto zich tot in Santiago weten te beperken tot het vervangen van een paar versleten achterbanden, dan mogen we ons allang gelukkig prijzen...
We bereiken het nationaal park 'Los Glaciares'. Het pronkstuk wordt er gevormd door de gletsjer Perito Moreno. Vanaf verschillende kijkplatforms kunnen we de tientallen kilometers ijsvlakte overzien. De dynamische masse ijs wordt in het centrum van de gletsjer dagelijks 2 meter vooruitgeduwd, terwijl de zijkanten slechts over 60 cm schuiven. Dit geeft continu aanleiding tot het ontstaan van nieuwe scheuren, wat gepaard gaat met een luid en indrukwekkend gekraak. Maar ook het 60 meter hoge ijsfront zorgt dichterbij voor de nodige animo. Met grote regelmaat breken stukken ijs van de façade af om met geweld in het water te belanden. Eenmaal de golfslag tot bedaren is gekomen, dobberen de blauwe ijsschotsen doelloos in het water. Ze vatten hun laatste reis aan alvorens, na lange tijd, definitief weg te smelten in het gletsjermeer. In hetzelfde nationaal park maken we ons enkele dagen later gereed voor alweer een meerdaagse wandeltocht. We hebben geluk met het weer want bij vertrek liggen de toppen van de berg Fitz Roy er geheel onbewolkt bij. De volgende morgen levert de stevige klim vanaf het kampeerterrein een verbluffend uitzichtspunt op. Terwijl we ons laten uitwaaien nemen we het landschap in ons op. Het zonlicht kleurt het gletsjermeer hoog blauw en achter de opkomende nevel weten de rotsige pieken van Fitz Roy zich langzaam maar zeker te verschuilen. Jammer voor de laatkomers! Na twee lange stapdagen bereiken we aan de andere kant van de berg een nieuw panoramisch uitkijkpunt. In het licht van de avondzon liggen de verschillende gletsjertakken op de flanken van de berg Cerro Torre te schitteren als zoveelste blauwe ijsmassa. Het nationaal park Los Glaciares heeft zijn naam niet gestolen!
Na onze geslaagde 4-daagse ruilen we onze stapschoenen in voor de gaspedaal. De ruta 40 heeft veel ongeasfalteerde secties voor ons in petto en we doen het rustig aan. De 'Cueva de las manos' (grot van de handen) vormt over een afstand van 500 km de enige interessante stop. De goedbewaarde rotsschilderingen dateren van 7000 voor Christus en tonen een indrukwekkende verzameling van om en bij de 800 handen. De aangewende schildertechniek verklaart waarom het voor 90% de afdruk van linkerhanden betreft. De eigenlijke betekenis van de schilderingen blijft echter nog steeds onopgehelderd. Na deze curiositeit vervolgen we onze weg. We bereiken Bariloche, gelegen in het nationaal park Nahuel Huapi. De vlakke pampa heeft zich plots weten in te ruilen voor beboste heuvels met ontelbare meren en toont ons een geheel ander Argentinië. Dat deze streek met Zwitserland wordt vergeleken is niet geheel en al onterecht. Prachtige chalets geheel uit rondhout opgetrokken, Sint Bernard honden met een tonnetje whisky onder de kin poserend voor de zoveelste toeristenfoto en uitpuilende chocoladewinkels op iedere straathoek is niet bepaald wat een reiziger van Argentinië verwacht. Jammer dat het ski-oord er in deze periode van het jaar sneewloos bij ligt, want het landschap van bossen weet ons niet te inspireren voor een nieuwe trektocht. We verkiezen ditkeer de stoelen van de concertzaal want tijdens ons verblijf in Bariloche vindt er net een tango-festival plaats. Een vleugje passie in Klein-Zwitserland als nasmaak van Buenos Aires...
23/03/09 - Les parcs nationals de la Patagonie
'Tierra del Fuego' signifie litteralement 'La Terre du Feu'. Ce sont les feux des Indiens qui ont inspires les premiers explorateurs europeens a baptise la region ainsi. Separe du continent par le detroit de Magellan, Tierra del Fuego represente l'ile la plus grande de l'Amerique du Sud. Que Ushuaia proclame d'etre la ville la plus sud du monde sur le continent reste donc discutable. Si le bout du monde peut quand-meme se trouver sur une ile, pourquoi l'honneur ne vient-il pas a la ville chilienne de Puerto Williams qui se situe sur une ile encore plus au sud? La fierte des Argentins doit y etre pour quelque chose et ce n'est pas le seul exemple. Ayant perdu la guerre des Falklandes les Argentins continuent a considerer ces iles comme leur territoire. Les 'Islas Malvinas' sont clairement indiquees sur les cartes du pays et grand nombre de monuments rendent honneur a leurs soi-disant heros de guerre.
On visite le parc national de Tierra del Fuego. Un barrage en forme de U y represente la construction ingenieuse d'une colonie de castors toujours active. Notre patience se voit recompensee quand a deux reprises un habitant s'aventure hors de sa maison.
Bien que l'Antarctique est plus pres que jamais cette destination elitaire ne rentre pas dans notre budget. Apres avoir visite le parc on quitte le 'pseudo-bout-du-monde' dans l'unique direction possible (en voiture...). En route vers le nord on s'arrete a la seconde ferme du baron de la laine Jose Menendez. La estancia de 150.000 hectares (!!!) pretend d'avoir le plus grand hangar de tonte du monde entier. Pour une fois ce n'est pas un mensonge! Le batiment impressionnant en tôle rouge couvre une surface enorme. A part des cases, necessaire pour trier les moutons, il y a une presse de laine et pas moins de 30 places pour les tondeurs. Aujourd'hui la ferme ne tourne plus a sa capacite maximale avec 'seulement' 38.000 moutons tenus sur 'seulement' 61.000 hectares. Pour exploiter ses terrains, la estancia a trouve le chemin vers le tourisme en offrant des logements de luxe aux amateurs fortunes de la peche et du golf. Vu qu'on ne fait pas partie de cette derniere categorie et que la saison de tonte s'est malheureusement terminee au mois de janvier, on reprend la route. On passe la frontiere avec le Chili pour se rendre a Puerto Natales. La petite ville forme le point de depart pour explorer le parc national le plus connu de la Patagonie: Torres del Paine. Mais avant de mettre les chaussures de marche on a quelque chose a feter. Au jour de l'anniversaire de Henk cela fait exactement 16 mois qu'on voyage. Nous trinquons sur ce double evenement dans notre hotel (exploite par un Breton) avant de conclure la soiree avec un dîner au resto et... un gateau de surprise.
La vie de fêtard ne dure pas car le lendemain il est temps de se preparer pour la randonnee. Dans le parc de Torres del Paine on veut faire le grand circuit et on compte, si tout se passe bien, sur une excursion d'au moins 8 jours. Les sacs a dos pesent plus que voulu mais on a guere le choix. A part la tente, les matelas et les sacs de couchage on est oblige d'emmener un rechaud a gaz et de quoi a manger durant une semaine. Les premiers jours ne se passent pas sans peine. On doit surmonter des douleurs musculaires inevitables, des centaines de moustiques prêt a l'attaque et un vent patagonien tenace. Neanmoins notre excursion a pied devient une aventure inoubliable. Chaque matin on a la chance de se lever avec un ciel eclatant. Apres avoir decouvert l'efficacite du vent comme insectifuge, meme ce dernier ne sait plus nous deranger. Au fil des jours les provisions diminuent et les sacs a dos deviennent plus leger. Quand on atteint le sommet du parcours on a entierement retrouve la forme et le rythme de marche du Nepal. On complete le circuit de 130 km dans les 8 jours comme prevu. Des paysages comme des cartes postale forment largement la recompense de nos efforts. Une plaine de glace aux teintes bleues qui s'etend a perte de vue, des glaciers avec a leur pied des lacs laiteux remplient d'eau de fonte, des pentes rocheuses menant a des sommets en granit; la variete des paysages qu'on traverse est enorme. Quand on retrouve finalement la voiture on celebre notre retour presque comme une victoire!
Une fois de plus c'est avec patience qu'on passe les formalites de frontiere. De nouveau en Argentine on fait nos premiers kilometres sur la route legendaire numero 40. Elle traverse le pays litteralement du nord au sud et est devenue renommee grâce a ses 5000 km de route non-goudronnee. Bien que de nos jours il n'y a que quelques sections qui demeurent en gravier, le passage nous coute quand-meme les 2 pneus en arriere. Si on reussit a ramener la voiture jusqu'a Santiago de Chili sans faire d'autres frais, on pourra s'estimer heureux...
Au parc national 'Los Glaciares' on rend une visite obligatoire au glacier Perito Moreno. Des platformes sur des niveaux differents nous donnent une vue superbe sur les dizaines de kilometres de glace. La masse dynamique represente un spectacle audiovisuel. La progression journaliere de la glace de 2 metres au centre du glacier, contrarement a seulement 60 cm aux bords, provoque des crevasses qui se forment sous un bruit de tonnerre. De temps a autre des grands morceaux de glace se detachent de la façade. Quand les vagues disparaissent l'iceberg commence a son dernier voyage, avant de redevenir de l'eau apres fort longtemps. Dans le meme parc on se prepare pour encore une randonnee de plusieurs jours. Le temps est venteux et le sommet de la montagne Fitz Roy se montre degage. A partir du camping une escalade matinale nous recompense avant une vue rapprochee avant l'arrivee des nuages. Dommage pour ceux qui se sont leves trop tard! Au bout de 2 jours de marche on atteint, a l'autre cote du parc, un deuxieme point panoramique. De nouveau un glacier apparait et le parc 'Los Glaciares' prouve une fois de plus comment il merite bien son nom.
On reprend la route 40. Sur notre chemin on trouve la curiosite de la 'Cueva de las manos' (la grotte des mains). Des peintures bien conservees, qui datent de 7000 av. J.-C., nous y montrent pas moins de 800 images de mains. La technique utilisee explique pourquoi il s'agit des mains gauches dans 90% des cas, mais du reste, la signification des peintures n'est pas eclaircie. On poursuit le chemin. Plus dans le nord le paysage de pampa monotone se transforme brusquement. On est arrive aux alentours de Bariloche et de son parc national Nahuel Huapi. Des collines boisees et des tas de lacs caracterisent la region, qui ne se fait pas sans raisons comparer avec la Suisse. On y trouve des chalets en bois, des chiens Saint Bernard avec un tonneau sous le menton prêt a poser pour la photo et grand nombre de chocolateries bien approvisionnees. Dommage qu'en cette saison chaque trace de neige manque sur les pistes de ski. Les bois ne nous inspirent pas pour faire une autre longue randonnee. On prefere de s'installer a la salle de concert car notre sejour a Bariloche coïncide avec un festival de tango. Quelques moments de passion en Suisse argentine comme arriere-gout de Buenos Aires...
20/02/09 - Hasta el fin del mundo
De meest directe reisroute van de braziliaanse zuidkust naar de argentijnse hoofdstad Buenos Aires loopt doorheen het kleine landje Uruguay. Hoewel de doorsteek van noord naar zuid met gemak in 1 dag kan worden afgelegd, heeft onze Nissan Terrano daar anders over gedacht. Zijn recent haperig rijgedrag, dat we hadden toegeschreven aan de ondermaatse kwaliteit van de braziliaanse benzine, blijkt echter een voorbode te zijn geweest. Net voor het plaatsje Paso de los Toros in hartje binnenland strandt hij met horten en stoten temidden van een lange helling. Als bij stom toeval staan aan de overkant van de weg twee jonge knapen met een half vergane old-timer. Na het krijgen van een lekke band staan ze al 48 uur op hulp te wachten. Tijd te over dus om ook eens onder onze motorkap te duiken. Ook al krijgen we de auto niet weer aan de praat, we mogen ze ontzettend dankbaar zijn. De leverancier van hun nieuwe band wordt onze sleepwagen. Getrokken door een prachtige rode Chevrolet-truck van bijna 50 jaar oud belanden we ten huize van Alejandro. Onze 'sleper' blijkt in werkelijkheid een 'sloper' te zijn en de auto wordt keurig in diens tuin geparkeerd. En zo bemachtigt de Nissan onverwacht een plaatsje tussen de schroothoop en een twintigtal karkassen van half gesloopte old-timers. Voor een grondige studie van onze dichtste buur, een roze Plymouth uit het jaar 1934, krijgen we echter ruimschoots de tijd. Nadat een monteur de panne toeschrijft aan een defekte benzinepomp lijkt de zoektocht naar een nieuwe een haast onmogelijke opgave. Geduld mag dan wel een schone deugd zijn maar het onbeduidende plaatsje heeft niet veel te bieden, op een imposant stierestandbeeld na. Onze vriendelijke gastheer dopen we om tot 'Don Alejandro Tranquilo', want we kamperen warempel drie nachten in zijn tuin tussen het oud ijzer alvorens weer op de baan te worden geholpen...!
Het plezier om weer op pad te gaan wordt er des te groter van. Eenmaal aan de zuidkust verbazen we ons over de jet-set stranden van Punta del Este. We lassen enkele zonovergoten stranddagen in om bij te komen van onze laatste -spannende?- avonturen. Na het bezoek aan de hoofdstad Montevideo gaat het richting Colonia del Sacramento, waar met een ferry verschillende malen per dag de oversteek naar Buenos Aires kan worden gemaakt. De 150 euros voor een uurtje varen doet ons echter terugkomen op onze beslissing per boot te gaan, temeer we enkele bruggen als alternatief hebben. De eerste internationale brug blijkt ten gevolge van een 'langdurige' demonstratie sinds twee jaar gesloten en tegen de tijd dat we bij de tweede brug komen is de gemaakte omweg reeds opgelopen tot een kleine 500 km. Nog een geluk dat we op goedkopen benzine rijden, al zien we ons profijt gehaald uit deze extra rijdag drastisch verminderen wanneer corrupte politie ons iets voor Buenos Aires van de weg haalt. Naar hun zeggen werden we geflitst bij 75 km per uur daar waar de maximum snelheid 60 bedroeg. De ter plaatse te betalen boete bedraagt maar liefst 250€. Hoewel, bemiddeling behoort tot de mogelijkheden en tegen een "donatie" onder tafel kan de foto worden gewist. We komen er tenslotte met 25€ vanaf...
Buenos Aires, de stad van de tango. Wat kun je er beter doen dan in een -hopelijk veilige- parkeergarage je auto te parkeren, om vervolgens in hartje centrum op zoek te gaan naar een hotel dat op loopafstand ligt van een gerenomeerd tangohuis? Om krachten op te doen voor onze eerste dansles installeren we ons alvast in een aangeprezen parrilla-restaurant, bij ons beter bekend onder de naam steakhouse. De kwaliteit van de argentijnse beef is zeker onberispelijk, maar het fabeltje dat de lappen biefstuk maar amper op je bord passen behoort duidelijk tot lang vervlogen tijden. Misschien heeft ook hier de economische recessie -in de keuken- toegeslagen? Het diner wordt afgesloten met een bezoek aan de interessante wijnkelder die meer dan 900 labels telt. Het wijnetiket met opschrift 'A Lisa' gaat ons niet onopgemerkt voorbij, al kunnen we haar tweelingzusje Marie nergens vinden.
In het traditionele tangohuis 'Confiteria Ideal' volgen we in totaal 8 uur lang de instructies op van onze leermeesters Pablo en Valeria. Onze eerste danspassen mogen dan wel aarzelend worden genoemd, de muziek is slepend en vol passie en tegen de tijd dat we aan de laatste les toe zijn hadden we met plezier onze stroeve sandalen ingeruild voor een paar elegante en gladde dansschoenen. Werelreiziger willen zijn kan zo zijn nadelen hebben. 's Avonds kunnen we in 'Cafe Tortoni' tenslotte de professionelen aan het werk zien. Geen enkel plaatsje aan de ronde tafeltjes wordt onbenut gelaten en nippend aan een glaasje rode wijn drinkt het publiek met gulzige teugen de virtuositeit van de pianist, het innemende allure van de zanger en de tot in perfectie uitgevoerde passen van het danskoppel.
Maar Buenos Aires is meer dan steaks, tango en rode wijn. Mits een onderontwikkeld publiek transportnetwerk banen we ons een weg door de verschillende wijken van de stad. De sightseeing leidt ons over de met kinderkopjes geplaveide straten naar San Telmo. In La Boca voeren de steegjes met hun gekleurde huisjes ons naar het beruchte Bombonera voetbalstadion van de 'Boca Juniors' en in Recoleta zoeken we het graf op van Evita Peron. Voor het eigenlijke historische centrum van de stad begeven we ons naar de Avenida de Mayo, die naast de onafhankelijkheidspyramide ook het presidentshuis en het congresgebouw bevat. Maar ook de centrale verkeersader van de stad is een bezienswaardigheid op zich. De Avenida 9 de Julio claimt zelfs met zijn 16 rijbanen de breedste laan ter wereld te zijn. Hoewel, na bijna 16 maanden reizen beginnen wij bij de uitdrukkingen van zogenaamd "grootste, langste en hoogste ter wereld" met een korreltje zout te nemen.
Vanuit Buenos Aires boeken we een daguitstap naar een typische gaucho-estancia, zo'n 80 km buiten de hoofdstad. We komen echter gevaccineerd terug voor wat het deelnemen betreft aan georganiseerde tours. Bij aankomst blijkt de estancia een op en top toeristisch gebeuren dat werkelijk niets meer met een boerderij te maken heeft, laat staan om over authentieke gaucho's (cowboys) te durven spreken. Het beloofde paardrijden komt neer op een rondje met manegepaarden die geconditioneerd genoeg zijn om ook zonder ruiter hun gebruikelijke ritje af te leggen. Om maar niet in detail te treden over de aangewende opstijgtechniek, waarvoor een houten steiger als opstapje noodzakelijk blijkt... De gaucho-party wordt verder gezet met een heuse parrilla. Bij deze barbeque, vergezeld van azijnwijn (of was het wijnazijn?), komen de steaks pas op tafel wanneer de worsten en de voorraad kip zijn uitgeput. Onder het eten weten de mensen in de zaal zich duidelijk te vermaken met de gebrachte goedkope folklore en hoe meer de dag vordert hoe meer we ons afvragen waar we eigenlijk zijn terechtgekomen?! Zeggen dat we steeds onze eigen weg zoeken en nu ongewild deel uitmaken van een massatoerisme. De demonstratie van het ringspel te paard worden nog de beste vijftien minuten van de dag. In volle galop moet met behulp van een houten stokje een ijzeren ringetje worden opgepakt dat bevestigd werd aan een horizontale balk. Snelheid en precisie geven aan wie de beste ruiter is. Ditmaal hebben ze hun opstapje thuis gelaten...
We vertrekken uit Buenos Aires en hebben een bijna niet te overbruggen afstand voor de boeg. Welgeteld 3240 km scheiden ons van Ushuaia, de meest zuidelijk gelegen stad ter wereld. De lange saaie rijdagen door de monotone pampa vragen om verstrooiing en ongeveer halfweg lassen we een stop in. Aan de oostkust bezoeken we in Cabo dos Bahias een kolonie Magellaanse pinguins, die er voor de reproductie hun thuishaven hebben. Na het leggen van twee eieren in de maand oktober neemt het paar samen de taken op zich. Naast het verdedigen van het nest moeten de eieren worden uitgebroed en de jongen gevoerd. Terwijl de jongste kuikens langzaam hun donsveertjes verliezen, gaan ook de kuikens van het vorige jaar in de rui. Tijdens deze jaarlijkse vastenperiode, die ongeveer 2 weken duurt, blijft iedereen aan land. Pas wanneer de wind ook de laatste veren met zich heeft meegevoerd hebben de pinguins immers hun waterdichte pak teruggevonden.
Na deze interessante tussenstop vervolgen we onze weg. Enkele dagen later bereiken we na twee grensovergangen en een veerpont uiteindelijk de stad Ushuaia. Gelukkig weten we tijdig met rijden te stoppen bij het bereiken van 'el fin del mundo'!
20/02/09 - Hasta el fin del mundo
La route la plus directe de la cote du Bresil a la capitale d'Argentine traverse le petit pays de Uruguay. La distance aurait pu se faire facilement en une journee, si ce n'etait pas que notre voiture n'en pensait pas pareil. A l'interieur du pays elle s'arrete au plein milieu d'une longue pente. Par toute coïncidence notre endroit pour tomber en panne ne semble pas si mal choisi, car a l'autre cote de la route se trouvent deux garçons avec une voiture d'epoque stationne a cause d'une crevaison. Cela fait 48 heures qu'ils attendent une nouvelle roue, alors ça promet... Pourtant la chance est de notre cote quand peu de temps apres leur fournisseur d'un pneu devient notre depanneuse. Le camion qui nous remorque est un chevrolet magnifique d'au moins 50 ans. Peniblement il nous emmene a Paso de los Toros, la ville la plus proche. Notre depanneur Alejandro semble plutot etre un ferrailleur et d'une façon inattendue la Nissan Terrano reçoit une place dans son jardin entre la ferraille et des voitures d'epoque a moitie demontees. Bien que le mecanicien constate assez rapidement que la panne est dû a une pompe a essence defectueuse, il ne semble loin d'être evident de trouver une autre qui puisse la remplacer. Malheureusement la petite ville ou on se trouve n'a rien de bien fascinant, a part de sa statue d'un taureau geant. Apres avoir fait une etude approfondie de notre voisin le plus pres, une Plymouth rose de l'annee 1934, il nous reste plus qu'a patienter. Bien que notre hôte est tres accueillant on le rebaptise avec le nom 'Don Alejandro Tranquilo', car on campe finalement 3 nuits dans son jardin entre la ferraille avant de pouvoir reprendre la route...!
La joie de poursuivre notre chemin est d'autant plus grande. Arrive au sud on s'etonne de la côte de grand standing de Punta del Este. On se donne quelques jours a la plage pour revenir de nos dernieres aventures avant de continuer pour la capitale. Apres Montevideo on se dirige vers Colonia del Sacramento, d'ou plusieurs bateaux par jour partent pour Buenos Aires. La traversee de moins d'une heure vaut 150 euros et l'existence des ponts internationaux nous fait opter pour cette solution meilleur marche. Quand suite a une manifestation frontaliere 'de longue duree' le premier pont se trouve ferme depuis deja 2 ans, on est oblige de passer par le deuxieme pont qui se trouve plus dans le nord. Avec un detour de 500 km on peut être content que l'essence ne vaut pas chere, bien que notre benefice devient encore plus douteux quand des policiers corrompus nous arretent un peu avant la capitale. L'amende pour avoir circule soi-disant a 75 km a l'heure au lieu de 60 est de 250€, a payer sur place. Quoique, apres discussion la photo prise semble pouvoir s'effacer contre une "donation" sous la table de 25€...
Finalement on arrive a Buenos Aires ou on gare la voiture dans un parking souterrain (esperons en securite?!). Dans le centre on part a la recherche d'une chambre d'hôtel qui se trouve a proximite d'une maison de tango renommee. Pour prendre des forces pour notre premiere leçon de danse on se met a table dans un restaurant de 'parrilla' recommande. La qualite de la viande argentine est impeccable, mais le conte que les biftecks ne tiennent a peine dans l'assiette date sans doute d'avant la recession economique... On conclut le dîner avec une visite a la cave a vin du restaurant qui compte plus que 900 etiquettes.
A notre ecole de danse on reçoit au total 8 heures de cours de Pablo et de Valeria. Bien que nos premiers pas sont plutôt hesitants la musique est entrainante et pleine de passion et le moment venu de notre dernier cours, c'est avec plaisir qu'on aurait echange nos sandales malcommodes pour une paire de chaussures de danse elegante. Etre des voyageurs du monde peut avoir ses inconvenients. Le soir c'est au 'Cafe Tortoni' qu'on voit le travail des professionnels. Il n'y a plus une place libre pour admirer la virtuosite du pianiste, la bravoure du chanteur et la perfection des pas des danseurs.
Mais Buenos Aires represente plus que le tango. La visite de la capitale nous mene dans les differents quartiers de la ville. En suivant les routes pavees on aboutit a San Telmo. A La Boca se sont des ruelles aux maisons colorees qui nous font decouvrir le stade de football repute des 'Boca Juniors'. A Recoleta on trouve la tombe de Evita Peron. Le vrai centre historique se concentre autour de l'avenue de Mayo, ou se trouvent la pyramide de l'independance, la maison presidentielle et le palais du congres. Mais egalement l'axe routier principale de la ville vaut la peine a voir. Avenida 9 de Julio, avec ses 16 voies, pretend même être la plus large avenue du monde. Bien que, au bout de presque 16 mois les expressions de "plus grand, plus haut et plus large du monde" commencent a perdre pour nous leur credibilite...
En dehors de la ville on visite une 'Estancia Gaucho' soi-disant authentique, mais apres la journee on revient vaccine pour de bon en ce qui concerne la participation a des voyages organises. Au lieu d'une ferme on trouve une attraction purement touristique d'ou les gauchos ont disparus depuis fort longtemps. La balade a dos de cheval se traduit par un circuit de 5 minutes avec des chevaux qui connaissent le chemin aussi bien sans cavalier. Il vaut peut-être mieux qu'on ne rentre pas en detail sur la necessite d'un escabeau pour la monture... A l'heure du dejeuner la parrilla (barbecue) se fait accompagne d'un vin acide (ou est-ce que c'etait du vinaigre a vin?) Pendant le repas les gens se divertissent avec un mauvais spectacle de folklore et le plus que la journee avance le plus qu'on se pose la question ce qu'on est venu faire ici?! Habitue a suivre notre propre chemin on se voit faire partie d'un tourisme de masse d'une façon totalement involontaire. La demonstration du jeu de l'anneau represente encore le meilleur moment. En plein galop les cavaliers tentent de recuperer, a l'aide d'un baton, l'anneau metallique suspendu a une poutre. La vitesse et la precision font le meilleur cavalier. Cette fois-ci ils semblent avoir oublie d'emmener leur escabeau...
On quitte Buenos Aires pour suivre une seule route vers le sud qui mene litteralement au bout du monde. Le trajet de 3240 km jusqu'a Ushuaia traverse un paysage monotone des plaines de pampa. A part de l'herbe a longue de vue et quelques animaux broutants il n'y a strictement rien a voir et a mi-chemin on s'arrete a le côte est pour visiter la reserve naturelle de Cabo dos Bahias. Une colonie de pingouins de Magellan s'y est installee pour la nidification. Apres avoir pondu deux oeufs au mois d'octobre, les parents se chargent tous les deux de defendre le nid, d'incuber les oeufs et de nourrir les petits. Tandis que les nouveaux-nes remplacent lentement leur premier duvet, les groupes de juveniles (nes l'annee d'avant) muent en fevrier le plumage vers celui de l'adulte. Pendant cette mue annuelle, qui prend environ 2 semaines, les pingouins restent sur terre et ne se nourrissent pas car ce n'est que quand le vent a emmene les dernieres plumes qu'ils retrouvent leur plumage impermeable.
Apres cette visite interessante on continue la route et au bout de quelques jours on arrive finalement a la ville la plus sud du monde entier: Ushuaia.




































