de kraanvogels
Chantegrue tijdelijk ingeruild voor een avontuurlijke wereldreis...

2009!!!!!!!!!

By de kraanvogels

We wensen iedereen gezellige kerstdagen en een supergoed 2009!!!! Naar goede franse gewoonte drinken we een glas op ieders gezondheid. Tot volgend jaar.

Joyeux Noel a tout le monde et une annee 2009 superbe!!!!!!!!!!!!!! Selon bonne tradition francaise nous allons boire un verre a votre sante. A l'annee prochaine.

 

Van Bolivie naar Galapagos

By de kraanvogels
















 

By de kraanvogels
















 

By de kraanvogels
















 

By de kraanvogels
















 

Na onze bewogen terugkeer uit de jungle zijn we erg tevreden dat de wegen naar het binnenland van Bolivie er zo keurig onderhouden bijliggen. We bezoeken de stad Potosi, wiens welvaart werd verzekerd na de ontdekking van zilver in de nabijgelegen heuvel 'Cerro Rico'. De zilverontginning hield vier eeuwen stand en Spanje kreeg alle tijd zijn schatkist op te vullen. Werkongevallen, mijnwerkers met fatale silicosepneumonie en de slavernij van miljoenen afrikanen vormden de trieste keerzijde van de medaille. In de 'Casa Nacional de Moneda' (het nationale munthuis) leren we hoe hier de eerste zilveren 'potosis' met de hand werden geslagen. Dat de boliviaanse munt op de dag van vandaag in Spanje wordt vervaardigd zullen we maar beschouwen als de ironie van het verhaal. Onze volgende stopplaats is de zogenaamde 'witte stad van Bolivie'. Sucre is rijk aan koloniale architectuur en witgekalkte kerken. Nadat hier in 1825 de onafhankelijkheidsverklaring werd ondertekend is de plaats voor vele Bolivianen nog steeds het historische centrum van het land. Wij raken vooral onder de indruk van de overdekte markt, waar groenten en fruit dusdanig in overvloed worden aangeprezen dat de stalletjes opgestapelde vruchten buitengewone proporties aannemen. Maar ook de slager met verse koeiekoppen is uniek, net als de eierboer die zijn waar in plastic zakjes van de hand doet en de aardappelverkoopsters die met niet te tillen zakken als concurrenten vredig naast elkaar staan opgesteld. De bedrijvige drukte geeft een vrolijke sfeer aan de door-de-weekse verkoopplaats die de boliviaanse variant is op onze smetteloze supermarkten. Maar wat markten betreft zijn we nog niet uitgekeken. In het 60 km verderop gelegen plaatsje Tarabuco doen we de zondagsmarkt aan. De plaatselijke bevolking verschijnt traditioneel uitgedost op het niet te missen wekelijkse rendez-vous en wij genieten van een dagje mensen kijken. Nergens meer dan in Bolivie is de latijn-amerikaanse traditie en klederdracht zo goed bewaard gebleven. Met de snelle verwestering van de omringende buurlanden kan de vraag worden gesteld hoelang ook hier de authenticiteit nog zal weten stand te houden?
Een weg onder constructie brengt ons naar Bolivie's toeristische topattractie: de Salar de Uyuni. Onderweg houden we halt in Pulacayo, een verlaten spookstadje dat teloorging toen de zilvermijnen werden gesloten. In een van de stoffige straten staan de locomotieven die ooit het zilvererts transporteerden langzaam te verkommeren. Naast Bolivie's eerste stoomlocomotief, daterend uit 1890, kunnen we de treinwagon bewonderen waarin kogelgaten nog steeds getuigen van de overval door de legendarische bandieten Butch Cassidy en the Sundance Kid. Waarom deze antieke treinstellen nooit in een museum werden ondergebracht blijft voor ons een raadsel.
Na het afleggen van de laatste kilometers spreidt de langverwachte zoutvlakte zich eindelijk voor ons uit. We parkeren aan de oostelijke ingang net voorbij het laatste dorpje. Talrijke zouthoopjes karakteriseren het landschap en geven aan de zonsondergang een uniek karakter. In het licht van de nieuwe dag ziet de harde realiteit er echter minder lieflijk uit. Nog voor we ontwaken zijn de zouthoopjes bemand door de inwoners van het naburige dorp die met pikhouweel en schop aan manuele zoutwinning doen. Een nieuwe dag van hard labeur onder een schroeiende zon kondigt zich aan. De Salar de Uyuni is niet voor iedereen een paradijselijke vakantiebestemming. Tegen de tijd dat twee man sterk een vrachtwagen met de schop hebben weten vol te scheppen met zout, beeindigen wij ons fruitontbijt. Even verderop treffen we het enige hotel dat letterlijk op de zoutpan is gebouwd. Zijn illegale constructie blijkt de eigenaars niet te storen. Nieuwsgierig nemen we binnen een kijkje want het gebouw is in zijn geheel uit grote zoutblokken opgetrokken en in de eetzaal staan zoutkunstwerken geexposeerd. Vanaf dit laatste herkenningspunt volgen wij bij gebrek aan een weg de bandensporen van voorgangers, die zich als een vuilgrijze band aftekenen tegen het smetteloze wit dat het landschap overheerst. 's Werelds grootste zoutvlakte bevindt zich op 3653 meter boven zeeniveau en beslaat ruim 12000 km2. De immensiteit van het absolute niets dat ons omringt is meer dan overweldigend en hoe hoger de zon aan de hemel klimt hoe verblindender de onmetelijke vlakte wordt. Ons baserend op de dingen die ons vertrouwd zijn associeren we deze zoutwoestijn met een rustige zee, een sneeuwlandschap of een ijsvlakte. De verschillende met cactussen begroeide rotseilanden en de waterplassen met zoutkristallen die zich op bepaalde plaatsen onder de zoutlaag laten zien, versterken bij ons alleen maar deze eerste valse indruk. Zonder boot noch schaatsen 'meren we aan' op het Isla del Pescado door simpelweg de Nissan voor het zogenaamde viseiland te parkeren. Een circulaire trail leidt ons over het kleine eiland, waar imposante trichoreus-cactussen de enige vegetatie vormen. Met een gemiddelde groei van 1 cm per jaar bewijzen de 10 meter hoge exemplaren hun duizenjarige bestaan. Het uitzicht dat we krijgen na de verwarmende klimpartij laat ons toe ons te orienteren. Met het eiland dat zich in het hartje van de zoutwoestijn bevindt en een vulkaan aan de horizon in noordelijke richting, zouden we ons strikt genomen waar dan ook moeten kunnen orienteren. We volgen een vaag spoor naar het zuiden en in een omgeving waar slechts zeshoekige zouttegels ons omringen parkeren we de auto. De plaats wordt door ons gelijk gepromoveerd tot een exclusieve naturistencamping en tot ons vertrek de volgende middag valt er geen levend wezen te bespeuren. Onze volgende kampeerplaats ligt dichter bij de vulkaan in het noordwesten van de Salar. Eenmaal de solardouche op de gloeiende motorkap geinstalleerd weet die in een recordtempo een comfortabele temperatuur te bereiken en voor de tweede dag op rij douchen we in de openlucht, genietend van de ongekende privacy. Na de douche volgt het zelfgekookte avondmaal, dat sfeervol wordt begeleid door latijn-amerikaanse muziek. Wanneer de zon tenslotte lager komt te staan en de opstaande zoutrandjes steeds langere schaduwen werpen, weten we dat het schouwspel van de zonsondergang niet lang meer op zich zal laten wachten. Op deze manier 's werelds bekendste zoutvlakte kunnen bezoeken is een privilege dat slechts voor weinig bezoekers is weggelegd. 's Anderendaags verlaten we onze gevonden oase van rust, een prachtige ervaring en een gedeelde herinnering rijker.
De maand november loopt op zijn einde. Indien we volgens het oorspronkelijke plan eerst Peru aandoen, valt ons bezoek aan de Galapagos-eilanden midden in de kerstvakantie. Om dit toeristische hoogseizoen te vermijden besluiten we enkele lange rijdagen in te lassen. Ter hoogte van het Titicaca-meer rijden we Peru binnen en via een lange kustweg naderen we de hoofdstad Lima. Onze vlucht naar de Galapagos begin december geeft ons de tijdsmarge onderweg halt te houden in de koloniale stad Arequipa. Deze tweede grootste stad van Peru heeft twee niet te missen bezienswaardigheden. Op de dag van mijn 31 ste verjaardag bezoeken we het prachtig gerestaureerde klooster Santa Catalina. De wirwar van smalle straatjes waar de nonnen hun persoonlijke cellen hadden dateert van net na de spaanse verovering. De helblauwe bebloemde patio's met sinaasappelbomen en de terracota steegjes vormen een prachtige wandeling en binnen het complex vinden we zelfs een cafetaria met verse cheesecake, waardoor ik mijn verjaardagstaart niet ontloop. Het ganse klooster is opgetrokken uit het lokaal ontgonnen vulkanische sillar-gesteente, net als ons hotel, dat voor de gelegenheid iets luxueuzer is dan we gewend zijn. De tweede attractie in Arequipa is van een geheel andere aard. In het Inca-museum van de stad wordt 'de ijsprinses' Juanita tentoongesteld. Het jonge meisje werd naar Inca-traditie aan de goden geofferd. Haar begraafplaats op de bergtop conserveerde haar 500 jaar lang in een bevroren toestand. Pas toen een uitbarsting van de naburige vulkaan de dikke ijslaag deed smelten stortte de bodem van haar graf in. Het gezicht van de vrijgekomen ijsmummie ontdooide in het zonlicht maar het lichaam werd tijdig ontdekt en na wetenschappelijk onderzoek ondergebracht in een museum. In een dubbelwandige glazen vrieskist bij -20 graden hopen ze Juanita nog 900 jaar te bewaren.
Iets buiten de stad leggen we een bezoek af aan de Colca-canyon. Mits het vroege tijdstip waarop we met de verrekijker op de uitkijk staan laten de gevleugelde canyonbewoners op zich wachten. Enigszins teleurgesteld stappen we tegen de middag op, zonder een glimp te hebben opgevangen van de imposante condors van de Andes die hier naar gewoonte nesten. Wat we wel zien zijn de talrijke Inca-terrassen die tot op de dag van vandaag druk worden bewerkt door de bewoners van de vele kleine dorpjes die de canyon rijk is. In deze periode van het jaar liggen de veldjes er recent ingezaaid bij en de frisgroene kleine akkers kleuren de gehele heuvelrug in diverse schakeringen groen. Een slechte gravelroad sluit aan op de kustweg naar het noorden. Na twee dagen rijden bereiken we Lima, waar we in een rijke buurt de auto veilig parkeren achter het traliewerk van de hotelparking.
Onze vlucht naar de Galapagos gaat via een tussenstop in Guayaquil. Deze stad op het vasteland van Ecuador heeft naast een prachtig waterfront een attractie die voor ons alvast een voorproefje vormt op de eilanden: het stadspark voor de kathedraal is de thuishaven van ontelbare land iguanen. Deze prehistorisch aandoende reptielen, die een meter lengte met gemak overtreffen, vormen een vreemde variatie op de vertrouwde stadsduif die naar onze gewoonte een park bevolkt.
Een tweede vlucht brengt ons tenslotte ter bestemming. Op het eiland San Cristobal boeken we een cruise voor de tweede week van ons verblijf. In afwachting gaan we alvast op verkenning en met watertaxis bezoeken we die eilanden die het schip niet zal aandoen. Op Isla Isabela beklimmen we de vulkaan Sierra Negra. De lange wandeling langsheen de krater, met een impressionante diameter van ruim 10 km, eindigt op de plaats van de laatste eruptie in 2005. De nieuwere lichtbruine lava heeft zich als een versteende rivier een weg gebaand in het zwarte kraterlandschap. Bij de haven ontdekken we voor het eerst de trotse bewoners van het eiland: zeeleeuwen, waterschildpadden, maritieme iguanen, rifhaaien en tal van vogels. De geboekte daguitstap naar Isla Bartolome wordt een superdag. Een smalle landstrook van het vulkanische eiland eindigt in de turquoisblauwe zee en met zijn goudgele stranden lijkt het panorama wel op de perfecte postkaart. Wanneer we even later vanaf het strand in het water duiken worden we op onze snorkeltocht al snel vergezeld door speelse zeeleeuwen en groene waterschildpadden. De jonge dartelende zeeleeuwen lijken er wel van te genieten toeschouwers te hebben en de lenige zwemmers maken er een acrobatische vertoning van. Niet alleen de unieke zwempartij maar ook de enorme hoeveelheden tropische vis die we kunnen bewonderen laat op ons een diepe indruk na. Op het eiland Santa Cruz besteden we een dag aan het bezoeken van het Charles Darwin Centrum en de schildpaddenboerderij, wiens weilanden in open verbinding staan met het aangrenzende natuurreservaat. We maken er kennis met de reuzenlandschildpadden en natuurlijk met de beroemdheid 'Lonesome George'. Als enige resterende van zijn eiland wordt deze schildpadsoort met uitsterven bedreigd, temeer de voortplanting met een verwant vrouwtje op zich laat wachten nu George de honderd nadert.
Na al onze excursies gaan we tenslotte aan boord van het cruiseschip 'De Floreana'. We mogen van geluk spreken want de boot met een capaciteit van 16 gasten telt slechts vijf andere passagiers. Met 1 zwitserse en 4 nederlandse meisjes wordt het bijna een 'Hollands onderonsje'... Liggend op het zonnedek laten we ons vijf dagen lang langs de verschillende eilanden varen. De dagelijkse excursies, bestaande uit wandelen en snorkelen, laten ons toe van heel dichtbij een dierenwereld te ontdekken die ons nog onbekend was. We staan versteld van de biodiversiteit en bewonderen gigantisch visscholen, parende waterschildpadden, zonnebadende maritieme iguanen, kleine Galapagos pinguins, vrolijke zeeleeuwenkolonies, blue-footed-boobies, rood-zwarte fregatvogels, bruine pelikanen, nestende albatrossen, kleurrijke land iguanen en fel rode krabben, om maar ergens het lijstje af te sluiten dat in werkelijkheid veel langer is.
Terug op het vasteland hebben we twee reisdagen voor de boeg alvorens Lima te bereiken. Na het oppikken van de auto zullen we het zwerversleven weer opnemen, om met onze trouwe reisgezel langzaam maar zeker richting Cuzco en Macchu Picchu te trekken.

 

Apres notre retour assez aventureux de la jungle cela nous rassure que les routes vers l'interieur de la Bolivie se trouvent dans des conditions bien meilleures. La premiere ville qui merite une halte s'appelle Potosi. Sa prosperite s'explique grace a la decouverte d'argent dans une colline a proximite. L'extraction d'argent prospere durant quatre siecles et donne a l'Espagne largement le temps de remplir sa tresorerie. Des accidents de travail, des mineurs souffrant de silicosis et l'esclavage des milliers d'africains forment la cote sinistre de l'histoire. A la 'Casa Nacional de Moneda' (la maison nationale de la monnaie) on apprend comment les premieres pieces en argent se fabriquaient une par une a la main. L'ironie veut que l'histoire s'est inversee et de nos jours c'est l'Espagne qui fournit les pieces de monnaie a la Bolivie. Notre deuxieme arret s'effectue a la ville de Sucre, baptisee en tant que 'la ville blanche'. Une architecture coloniale et des eglises blanches caracterisent l'endroit ou en 1825 l'independance du pays a ete signee. Dans le marche centrale on se laisse impressionne par la quantite de fruits et de legumes exposee qui prend des veritables dimensions de montagnes. Mais egalement le boucher avec des tetes entieres de vaches sur le comptoir vaut la peine a voir, ainsi que le marchand d'oeufs qui vend ses produits dans des sacs en plastic et les vendeuses de pommes de terre qui, en tant que concurrentes, se sont paisiblement alignees avec leur marchandise. L'ambiance joyeuse de l'endroit frequente contraste fort avec nos supermarches immacules. Mais en ce qui concerne les marches, on n'a pas fini de s'etonner. Dans la ville de Tarabuco, situee a 60 km, le marche du dimanche est une attraction a ne pas manquer. Les villageois y apparaissent en tenue traditionnelle et prouvent qu'en Bolivie la tradition a su se conserver comme nulle part ailleurs. Avec la modernisation des pays voisin la question peut se poser pour combien de temps encore?
Par une route en cours de construction on se rapproche de l'attraction touristique la plus celebre de la Bolivie: el Salar de Uyuni. Sur notre chemin on s'arrete a Pulacayo, un endroit qui a change en ville fantome apres que les mines d'argent ont ferme leurs portes. Aujourd'hui on trouve dans les rues poussiereuses les locomotives qui ont transporte le minerai d'argent dans un passe lointain. La premiere locomotive a vapeur du pays, datant de 1890, fait part de la collection et on se demande pourquoi ce patrimoine n'a jamais ete heberge dans un musee?
Apres avoir parcouru les derniers kilometres, la plaine de sel longuement attendue se laisse enfin voir. On passe le dernier village pour se garer pres de l'entree est. De nombreux tas de sel caracterisent ici le paysage et donnent au coucher du soleil un aspect unique. Sous la lumiere du nouveau jour la realite s'annonce desormais plus eprouvante. Bien avant notre reveil, des hommes venant du village, ont commence le travail. Muni d'une pioche et d'une pelle ils extraient du sel d'une facon manuelle sous un soleil torride. Le Salar de Uyuni ne represente pas pour tout le monde une destination de reves. Un peu plus loin on visite le seul hotel qui se trouve sur le sel meme. Bien que sa construction est illegale, c'est avec curiosite qu'on observe l'architecture du batiment qui est entierement construit des blocs de sel. L'hotel est notre dernier point de repere et a partir d'ici on suit les traces des voitures qui nous ont precedees. La plaine de sel la plus grande du monde se trouve a 3653m au-dessus de niveau de la mer et couvre une superficie de 12000 km2. L'immensite 'du rien' qui nous entoure est plus qu'impressionnante et au fur et a mesure que le soleil grimpe l'environnement qui consiste d'un blanc tout dominant devient de plus en plus eblouissant. Se basant sur les choses qui nous sont familieres on compare d'une facon inconsciente le desert du sel avec une mer tranquille, un paysage de neige ou une plaine de glace. Sans bateau ni patins on 'debarque' sur "l'ile des poissons" en garant simplement la voiture devant cette ile rocheuse. Des cactus de l'espece Trichoreus y forment la seule vegetation. Avec une croissance moyenne de 1 cm par an les exemplaires qui depassent les 10 metres temoignent d'une existence millenaire. La vue qu'on obtient apres la montee nous aide a nous orienter. Avec l'ile dans le centre et la silhouette d'un volcan dans le nord, il devrait etre possible de se reperer de n'importe quel point. De nouveau en route avec la voiture on attend pour que seul des carreaux de sel nous entourent avant de se garer. L'endroit ou on campe a quelque chose de magique et jusqu'a notre depart le lendemain on n'y decouvre aucun signe de vie. On se rapproche du volcan pour une troisieme nuit sur la plaine d'un blanc infini. Notre douche solaire etalee sur le capot brulant de la voiture produit dans un temps record de l'eau a une temperature confortable et profitant de l'intimite absolue on se douche en plein-air. Apres avoir prepare le repas, le soleil commence sa descente vers l'horizon et on sait qu'il est temps de s'installer pour le spectacle du coucher du soleil. Pouvoir visiter de cette facon la plaine de sel la plus connue du monde est un privilege dont peu de visiteurs peuvent profiter. Quand le lendemain on quitte notre oasis de paix on sait deja que, ce qu'on vient de vivre, on le gardera en nous en tant que souvenir inoubliable.
Le mois de novembre se termine. Si selon le plan initial on visite d'abord le Perou, on arrivera aux iles Galapagos en plein milieu des vacances de Noel. Pour eviter la saison touristique on decide de faire quelques longues journees en voiture afin d'atteindre Lima, d'ou on prendra un vol vers les iles. Au niveau du lac Titicaca on croise la frontiere avec le Perou. Par une route qui longe la cote on se dirige vers le Nord. Le temps nous permet de visiter la ville coloniale d'Arequipa qui se trouve sur notre chemin. Le jour de mon anniversaire on visite le couvent de Santa Catalina. Datant d'apres l'arrivee des premiers espagnols, le site a ete soigneusement restaure. Les ruelles etroites en couleur terre cuite et les patios aux orangers en bleu claire hebergent les cellules des religieuses et forment une promenade pittoresque. Dans le complexe on trouve meme unte cafeteria qui nous sert le gateau d'anniversaire. La deuxieme visite interessante s'effectue au musee ou on fait connaissance de Juanita, 'la princesse de glace'. Selon la tradition Inca cette jeune fille a ete enterree au sommet d'une montagne, apres avoir ete sacrifiee aux Dieux. Dans un etat congele le corps a su se conserver durant plus que 500 ans. Ce n'est que par la suite d'une eruption volcanique de la montage voisine que la glace a fondu et que sa tombe s'est ecroulee. Le visage de la momie de glace s'est mise a fondre mais le corps a ete decouvert a temps. Apres des etudes scientifiques Juanita a ete heberge dans un musee ou a -20 degrees ils esperent la conserver 900 ans de plus.
Juste en dehors de la ville se trouve le fameux 'cañon de Colca'. Jusqu'au jour d'aujourd'hui les habitants y cultivent les terrasses qui datent de la periode Inca. Les champs souvent minuscules colorent les pentes en teintes de vert different. Malgre l'heure matinale sur laquelle on prend poste avec les jumelles, les condors des Andes ne se presentent pas au rendez-vous et decu on est oblige de continuer notre chemin. Une maivaise piste rejoint la route qui longe la cote. Deux jours plus tard on arrive a Lima, ou on gare la voiture en securite derriere le portail metallique du parking de l'hotel.
Notre vol vers les iles Galapagos fait escale a Guayaquil, la deuxieme ville la plus grande en Equateur apres la capitale Quito. Dans le parc en face de la cathedrale des reptiles a allure prehistorique de plus d'un metre de long remplacent les pigeons, qui peuplent selon bonne habitude nos jardins public. C'est la premiere population d'iguanes terrestres qu'on peut admirer et ce n'est qu'un avant-gout. Le lendemain on atterri a l'ile San Cristobal d'ou on organise une croisiere pour la deuxieme semaine de notre sejour. En attendant on part a la decouverte et par l'intermediaire des 'bateaux-taxis' on visite les iles ou la croisiere ne s'arretera pas. Sur l'ile Santa Isabela on grimpe le volcan Sierra Negra. Une randonnee nous mene jusqu'a l'endroit de la derniere eruption en 2005 et nous montre la lave recente, qui a durci pour former des rivieres seches et immobiles a jamais. L'excursion a l'ile Bartolome nous laisse decouvrir une autre ile volcanique de l'archipel. Apart les panoramas de carte postale, on y experience notre premier snorkeling a partir de la plage. A peine dans l'eau on se voit entoure par des jeunes otaries et des tortues de mer. Tandis que les tortues vertes continuent leur chemin determine vers la surface pour prendre l'air, les otaries semblent profiter de la presence des spectateurs pour prouver leur habilite dans l'eau par une performance acrobatique. Pouvoir nager avec eux represente pour nous une experience inoubliable. Sur l'ile Santa Cruz on visite le centre de Charles Darwin et la ferme aux tortues terrestres. Les tortues geantes y gardent l'acces libre a la reserve naturelle qui se trouve en face. Comme par evidence on fait la connaissance de la celebrite 'Lonesome George'. En tant que seul rescape de son ile son espece ne se trouve pas loin de l'extinction. D' autant plus que la reproduction avec une femelle compatible devient de plus en plus douteuse, maintenant que George est presque devenu un centenaire...
Le soir le moment est enfin venu d'embarquer au bord de 'La Floreana' pour la croisiere. On peut s'estimer heureux car le bateau avec une capacite de 16 personnes n'a que cinq autres passagers a bord. Confortablement installe sur les chaises longues qui se trouvent sur le pont ensoleille, on se fait naviguer d'ile en ile durant 5 jours. Les excursions journalieres consistent en des randonnees et des seances de snorkeling. La faune et la flore qu'on decouvre est exceptionnelle et temoignent d'une biodiversite inconnue. Des fous a pattes bleues, des fregates, des manchots des Galapagos, des albatros nichant, des pelicans brun, des pinsons de Darwin, des tortues de mer, des iguanes marins et terrestres, des colonies d'otaries et des poissons tropicaux ne forment que quelques exemples d'une liste bien plus longue. Ce n'est pas sans raisons que les iles de Galapagos resteront, malgre le cout, une destination de reves.
Deux jours plus tard on est de retour dans la capitale de Perou. Apres avoir reorganise la voiture on est pret a reprendre notre vie de voyageur. Cette fois-ci elle nous menera vers le passe des Incas et le site archeologique de Macchu Picchu.

 

Van Chili naar Bolivia

By de kraanvogels











 

By de kraanvogels











 

By de kraanvogels
















 

By de kraanvogels
















 

Het vertrek vanuit Nieuw-Zeeland verlooopt niet zoals gepland. Om onbekende redenen zien we onze vlucht gecanceld en bussen brengen alle passagiers terug naar de binnenstad van Auckland. Op kosten van de vliegtuigmaatschappij brengen we een nachtje door in het ¨Crowne Plaza Hotel¨, dat met zijn 5 sterren voor ons meteen de meest luxueuse accomodatie wordt van het afgelopen jaar. De luxe kamer en de culinaire buffetmaaltijden vormen een dusdanige verwennerij dat de vlucht naar Latijns-Amerika plots minder dringend is geworden... Met precies 1 dag vertraging vliegen we van Auckland naar Santiago. Zonder twijfel zal 17 oktober voor lange tijd de langste dag van ons leven blijven. Na de zonsondergang vliegen we over de datumzone heen en zien we de zon opkomen voor alweer dezelfde dag. Hoewel de vlucht elf uur duurt, landen we in Chili vier uur voor het tijdstip waarop we uit Nieuw-Zeeland vertrokken.

Een ander continent, een nieuw land, een onbekende hoofdstad. Bijna 1 jaar na vertrek blijft de uitdaging even groot. Met een gevoel van dankbaarheid delen we samen, dag na dag, een avontuur dat haast nooit lijkt te eindigen. Waar we ook zijn vallen er steeds weer zoveel zaken te regelen dat we ons stillaan wereldburgers beginnen te voelen, eerder dan wereldreizigers. Ook de zoektocht naar een auto in hartje Santiago vormt een ervaring op zich. De foto van de nieuw-zeelande pipo-wagen lijkt ons een leuke grap om het thuisfront te plagen (wat goed gelukt is, we hadden zelfs al een koper!), maar we kiezen wijselijk voor een transportmiddel dat aangepast is aan de vele slecht onderhouden gravelroads. De aankoop en de organisatie van de Nissan Terrano 4WD neemt de nodige tijd in beslag, maar eenmaal ingericht zijn we fier op ons miniatuurhuis op wielen. Moge hij zes maanden lang onze betrouwbare medereiziger worden!
De verkenning van Santiago verloopt met de nodige administratieve rompslomp bijna als vanzelf. We bezoeken het museum van de pre-colombiaanse kunsten en bezichtigen een van de drie huizen van Pablo Neruda. Ter herdenking van de 35ste verjaardag van het overlijden van de dichter dragen we ons kleurtje bij in de muurschildering, die precies op de dag van ons bezoek door tal van vrijwilligers wordt aangebracht op de muur tegenover zijn vroegere woonhuis. Met twee blauwe verfstrepen laten we in Santiago onze onuitwisbare sporen na. Via de 'Panamericano-snelweg' verlaten we de Chileense hoofdstad in noordelijke richting, maar het afscheid is maar tijdelijk. De beloofde terugkoop van de Nissan in dezelfde garage waar we hem kochten zal onze wegen na het beeindigen van de trip door Latijns-Amerika ongetwijfeld weer naar Santiago leiden.
Bijna 1400 km noordelijker verlaten we ter hoogte van Antofagasta de geasfalteerde baan. Een prachtige zoutweg leidt naar de 'Salar de Atacama'. Wanneer de avond valt over de immense zoutvlakte slaan we van de hoofdweg af om de sporen te volgen van een haast onmerkbaar pad. Terwijl het zout knarst onder onze banden weten we ons voorzichtig dusdanig ver van de doorgaande weg te begeven dat de koplampen van de af- en aanrijdende zoutcamions tot lichtstipjes verworden. In deze grootse vlakte van niets dan wit vormen ze het enige teken van leven. Mits we van kilometers afstand zichtbaar zijn hebben we nog nooit zo prive gestaan. Een rode zonsondergang over de bergketen van vulkanen, een prachtige sterrenhemel en een geelgekleurde zonsopkomst zijn bij de kampeerplaats inbegrepen. Pas tegen de middag verjaagt de zon ons van onze gevonden oase van rust. Nog steeds in de Salar bezoeken we twee hoogblauwe vulkaanmeren. Gelegen aan de voet van de 6000 m hoge vulkanen zijn we inmiddels zelf al, haast ongemerkt, geklommen tot een hoogte van maar liefst 4200 m. Enkele roze flamingo's hebben er hun broedplaats. We aanschouwen het natuurschoon bij een glaasje excellente Chileense rode wijn.
De lokale zandstormen maken het 'wild parkeren' haast onmogelijk en noodgedwongen rijden we door tot in San Pedro de Atacama. Het vinden van een camping die open is neemt maar liefst een uur in beslag. Het woestijndorpje zelf zou naast touroperators, souvenierswinkels en toeristische restaurants niet veel meer te bieden hebben dan een verzameling stoffige straten, een goed verborgen benzinepomp en een voetbalveld van kunstgras, ware het niet van de Belgische pater Gustavo le Paige die er de helft van zijn leven doorbracht. Zijn groeiende interesse in de archeologie leverde een mooi museum op dat een goed overzicht geeft over hoe de oorspronkelijke ¨Atacameños¨ evolueerden met de tijd, hoe ze zich als jagers settelden in de oases, de kameelachtigen domesticeerden tot lama's en alpaca's en van de landbouw gingen leven. We bezoeken de omliggende valleien en de beloofde desolate maanlandschappen blijven niet uit. De dorre omgeving is uniek en indrukwekkend, maar de immense rust wordt verstoord wanneer tegen zonsondergang de talrijke tours met busjes komen aanstuiven en 200 toeristen tegelijk de beklimming aanvatten van een zandduin. We parkeren op een panoramisch uitzichtspunt en na een rustige avond ontwaken we op een plek met alweer een onbetaalbaar uitzicht.
We verlaten San Pedro en de weg ligt er algauw bijzonder slecht bij. Wanneer we het beroemde geyserveld 'El Tatio' bereiken loopt de dag al op zijn einde. Mits het niet actief zijn van de geysers op dit tijdstip van de dag gaan we alvast een kijkje nemen. 's Avonds scharen we ons met het personeel van de berghut met plezier rond de houtkachel, want op 4321 m hoogte is de temperatuur drastisch gedaald. Bij -12 graden Celsius bezoeken we 's anderendaags de honderden geysers die allen het actiefst worden tussen 6 en 8 uur in de ochtend. Bevroren ondergrondse rivieren die contact maken met de hete rotsen doen de geysers ontstaan. Bij 85 graden Celsius borrelt het hete water omhoog, om aan de oppervlakte rookpluimen te vormen die wel 10 meter hoog kunnen opstijgen. Het natuurfenomeen is meer dan indrukwekkend en wanneer de zon zich boven de vulkaantoppen laat zien komt de aarde stillaan weer tot rust. Tijd voor een plons in de vulkanische warmwaterpool!
We vervolgen onze tocht noordwaarts en verbazen ons steeds meer over het dorre woestijnlandschap dat gans Noord-Chili lijkt te typeren. Een autobaan, electiciteitspalen en een spoorweglijn trekken door een landschap waar het leven zich beperkt tot enkele minimale groene valleien, die smal ingeklemd liggen tussen hoge rotswanden. We bereiken de havenstad Arica en bezoeken er het archeologisch museum in de Azapa-vallei. Als curiositeit bevat het enkele van 's werelds oudste mummies die dateren van rond 7000 voor Christus. Deze ¨chinchorro-mummies¨ zijn 2000 jaar ouder dan de Egyptische exemplaren en typeerden de cultuur van een kleine vissersgemeenschap in Noord-Chili en Zuid-Peru. Hoewel de grens met Peru op slechts 20 km ligt staat voor ons Bolivie eerst op het programma. We steken dwars doorheen Noord-Chili om via een relatief goede asfaltweg en twee nationale parken de Boliviaanse grens te bereiken. De klim vanaf zeeniveau is lang en moeizaam, waardoor we alle tijd krijgen het natuurschoon in ons op te nemen. Het Chungara-meer bevindt zich op een hoogte van 4500 m en weerspiegelt prachtig de besneeuwde piek van de vulkaan Parinacota, die de 6000 m overstijgt. De grens met Bolivie is nabij. We volgen de procedure van de te doorlopen kantoortjes en de te verzamelen stempels, maar er blijkt een probleem te zijn met de autopapieren. Al gauw wordt het duidelijk dat we in geen geval Chili kunnen verlaten en vriendelijk maar vastberaden worden we teruggestuurd. Het eerste registratiekantoor ligt in het onbeduidende bergdorpje Putre, zo'n 60 km terug en met tegenzin maken we rechtsomkeer. Hoewel het slechts gaat om het uitprinten van een minimaal formulier levert de beambte die we er treffen een schoolvoorbeeld van bureaucratie en weigert ons te helpen. Ook telefonisch valt er niets te regelen waardoor er niets anders opzit dan helemaal naar Arica terug te rijden. Een volle benzinetank armer en drie dagen later presenteren we ons opnieuw aan de Chileens-Boliviaanse grens. Het doorlaten van de auto verloopt nog steeds niet probleemloos, maar ditkeer bezitten we alle vereiste papieren. Onze aankomst in Bolivie begint stillaan op een overwinning te lijken!
De eerste grote stad die we er treffen is meteen de hoofdstad La Paz. Dapper baant Henk zich met de auto een weg door de chaotische verkeerssituaties, tot een ondergrondse parking in het stadscentrum ons redding biedt. Gedurende enkele dagen ruilen we onze matras van een meter breed achter in de auto in voor een hotelkamer met dubbel bed. Stappend verkennen we de hectische binnenstad. De sfeer bevalt ons meteen. We slenteren op de marktjes, doen ons tegoed aan de verse vruchtensappen, leren in het coca-museum over de geschiedenis en de rol van de cocabladeren, bezoeken het museum van de traditionele muziekinstrumenten en gaan op zoek naar goede wegenkaarten alvorens we met de auto verder trekken. Aan 1 euro per 24 uur in een bewaakte ondergrondse parkeergarage hoefden we ons niet te haasten. Bij gebrek aan wegwijzers rijden we op intuitie de hoofdstad uit en belanden warempel op de juiste baan. De eerste 50 km is geasfalteerd maar al snel laat de toestand van de weg te wensen over. Hoewel we enkele dagen terug nog met ongeloof aanhoorden hoe de bus van La Paz naar Rurrenabaque 18 uur nodig heeft om een traject van slechts 420 km af te leggen, wordt de werkelijkheid ons stillaan duidelijk. De gravelroad slingert gevaarlijk langs de bergflank, is op vele plaatsen niet meer dan een auto breed en kent nergers enige afrastering aan de ravijnkant. Hierbij voegt zich de onduidelijkheid over het wisselend links en rechts rijden van het stijgende en dalende verkeer, terwijl het drukke vrachtverkeer er bij elke nieuwe bocht de spanning in houdt. Kortom, de reputatie ¨de gevaarlijkste weg van de wereld te zijn¨ is niet geheel onterecht en we begrijpen waarom de meeste toeristen de afstand vliegend afleggen. Nog een geluk dat we het stuur zelf in handen hebben, want met de bus was deze weg een echte verschrikking geweest. We hebben er maar liefst 15 uur voor nodig alvorens Rurrenabaque te bereiken, de toegangspoort tot het Amazonegebied. Onze driedaagse tour, geboekt via een ecolodge, begint met het afvaren van de Beni rivier. In Serere gaan we aan wal, maar de naam staat slechts voor een verzameling cabañas temidden van het tropisch regenwoud. De hutten zijn echter prachtig en staan volledig prive tussen het weelderige groen, alleen van de buitenwereld afgeschermd door middel van muskietengaas. Vanavond gaan we slapen met de geluiden van het oerwoud... Ons verblijf in de jungle wordt toch zwaarder dan verwacht. De lange wandelingen door de dichte begroeiing bij een uitermate hoge vochtigheidsgraad geven liters zweet als resultaat, maar de dieren en planten die we ontdekken zijn de inspanning meer dan waard. Van nachtelijke blaadjestransporterende mieren tot lichtgevende kevers, van lieflijke vlinders tot schrikaanjagende tarantullas, van anaconda's tot caimannen, van capybara's tot miereneters, van diverse apensoorten tot groepen macaw-papagaaien; elke tocht weer wordt een ervaring van luisteren en kijken om een wereld te ontdekken die aan diversiteit geen einde kent. Op 1 van de meren vissen we met stukjes rundvlees en vangen wel 15 piranha's. De gootste exemplaren worden schoongemaakt voor de lunch en op deze wijze breiden we ons lijstje uit met gegeten curiositeiten. Na de jungle-ervaring komt Rurrenabaque, het onbeduidende stadje gelegen aan het eindpunt van een onmogelijke gravelroad, ons ineens over als een groots centrum bruisend van activiteit. In de tuin van de ecolodge parkeren we enkele dagen onder het gebladerte van de mango-bomen en langzaamaan wennen we aan het geluid van rijpe mango's die met hels kabaal op het golfplatendak van de lodge belanden. Enkele dagen van rust alvorens de terugweg naar La Paz aan te vatten, lijkt ons gezien de wegcondities, geen overbodige luxe. Aangezien we dit in La Paz zitten te typen zijn we veilig aangekomen!

 

19/11/08 - La Paz, Bolivia

By de kraanvogels

Le depart de la Nouvelle-Zelande ne se passe pas comme prevu. Pour des raisons inconnues notre vol s'annule et les passagers sont reconduits en bus vers le centre d'Auckland. La compagnie aerienne nous heberge sur ses frais et on se voit loge a l'hotel ¨Crowne Plaza¨. Avec ses 5 etoiles on n'a jamais dormi aussi luxueux et d'un instant a l'autre notre vol vers l'Amerique latine ne semble avoir moins d'urgence... Avec exactement 1 jour de retard on part pour le Santiago. Le vol prend onze heures et etrangement on arrive au Chili 4 heures avant notre depart de la Nouvelle-Zelande. Le vol croise tant de fuseaux horaire que c'est bien pour la premiere fois de notre vie qu'apres le coucher du soleil, on voit le soleil se lever pour annoncer le jour d'hier.
Un nouveau continent nous attend, un pays different, une ville inconnue. Meme au bout de presqu'un an le defi reste aussi grand et l'aventure qu'on partage, jour apres jour, ne semble pas avoir de fin. Avec le temps on commence a se sentir des citoyens du monde plutot que des voyageurs. La recherche d'une voiture dans le centre de Santiago represente deja une experience sur soi. Pour taquiner les lecteurs du blog un publie la photo d'un camping-car nouvelle-zelandais en faisant semblant que c'est notre nouveau moyen de transport, mais ce n'est qu'une blague. En realite on opte pour une voiture a quatre roues motrices qui est bien mieux adaptee aux routes non-goudronnees qu'on aura a affronter. L'achat et l'organisation de la Nissan Terrano nous prend quelques jours mais on est fier du resultat qui donne une maison en miniature sur roues. Pourvu qu'elle restera dans les six mois qui viennent un compagnon de voyage fiable!
La paperasserie qui accompagne l'achat de la voiture nous fait decouvrir la ville de Santiago d'une facon presque evidente. Dans le centre on visite le musee des arts pre-colombiens et un des trois maisons de Pablo Neruda. A la memoire de la 35ieme anniversaire du deces du poete, une peinture murale se realise par des volontaires en face de son habitation. Avec deux traits de peinture en bleu on laisse pour toujours nos traces a Santiago. On quitte la ville par la route ¨Panamericano¨ qui mene vers le nord, mais on risque de retourner vers la capitale Chilienne. La promesse du garage d'ou vient la voiture de nous racheter la Nissan dans quelques mois, nous ramenera sans doute a Santiago a la fin de notre voyage a travers de l'Amerique latine.
Presque 1400 km plus dans le nord on quitte la route goudronnee pour un chemin de sel parfaitement praticable avec lequel on atteint le ¨Salar de Atacama¨. Quand le soir tombe sur cette plaine blanche on cherche un endroit pour dormir. Les lumieres des camions de sel qui continuent une bonne partie de la nuit a circuler representent les seuls signes de vie. L'intimite de l'endroit est surprenante. Inclus dans le stationnement unique sont un coucher du soleil sur la chaine de volcans qui determinent l'horizon, un ciel d'etoiles remarquable et un lever du soleil en jaune. Il est midi quand la chaleur nous chasse de cette oasis de paix. On visite deux lacs de volcan et sans s'en avoir apercu on est monte jusqu'a 4200 m d'altitude. Quelques flamants roze y nichent et on s'installe confortablement, un bon verre de vin rouge Chilien a la main.
Les tempetes de sable locales rendent le 'parking sauvage' quasi impossible et on se voit oblige de continuer jusqu'a la ville de San Pedro de Atacama. L'endroit ne representerait guere plus que quelques rues poussiereuses, une station-service bien cachee et un terrain de foot a l'herbe artificiel, si ce n'etait pas du pere Belge Gustavo le Paige qui y a consacre la moitie de sa vie. Sa passion pour l'archeologie a resulte dans un musee qui illustre d'une facon interessante le developpement des ¨Atacameños¨. Cette population originelle s'installait petit a petit pres des oasis apres avoir ete des chasseurs. C'est le debut de la pratique de l'agriculture et de la domestication des ¨chameaux des Andes¨. La vicuña et le guanaco sauvage sont sur le point de devenir leur equivalent apprivoise: l'alpaca et la lama. Quelques kilometres en dehors de San Pedro on visite les vallees environnantes. La paysage de lune qu'on decouvre est hostile, sec et aride et ne laisse pas de place a aucune forme de vie. L'environnement est unique et impressionnant, mais la tranquillite se voit derangee quand les tour-operateurs arrivent a l'heure du coucher du soleil et 200 touristes a la fois commencent a grimper une dune de sable. On trouve un endroit de reve pour passer la nuit et au reveil les vues panoramiques accompagnent notre tasse de cafe.
La route qui mene vers le prochain point d'interet devient rapidement mauvaise. Quand on atteint les geysers de 'El Tatio' la journee se termine. On a gagne tellement d'altitude que c'est avec plaisir qu'on prend place a cote du poele au bois en sympathisant avec le personnel de l'auberge. A 4321 m il ne fait que -12 degrees a l'aube et c'est malheureusement entre 6 et 8 heures du matin que le phenomene naturel developpe son activite maximale. Un geyser se produit quand une riviere souterraine gelee rentre en contact avec des rochers chauds. L'eau qui jaillit en surface est de 85 degrees et donne une fumee en forme de plume qui peut atteindre plus que dix metres. L'experience est inoubliable car des centaines de geysers a la fois transforment l'endroit en plaine fumante. Quand la matinee s'avance la terre redevient tranquille et il est temps de se rechauffer en se baignant dans la piscine vulcanique.
En continuant notre chemin on s'etonne des paysages desertiques qui semblent etre typique pour le Chili du nord. Une route droite, des poteaux electrique bien alignes et un chemin de fer traversent un paysage ou la vie se concentre dans quelques vallees vertes, etroitement coincees entre des parois rocheuses. Dans la ville de Arica on visite le musee archeologique. Comme curiosite il contient quelques momies les plus anciennes du monde, datant de 7000 avant J.-C. Les momies ¨chinchorro¨ sont 2000 ans plus vieilles que les exemplaires egyptiens et temoignent de la culture d'une petite communaute de pecheurs, provenant du Nord du Chili et de Sud du Peru. Bien que le Peru ne se trouve qu'a 20 km seulement, notre plan est de visiter la Bolivie en premier. En traversant la Chili d'ouest en est c'est par une bonne route a travers deux parcs nationales qu'on accede a la frontiere. Partant du niveau de la mer la montee demande son temps, ce qui nous donne l'occasion de largement profiter des panoramas splendides. Le lac Chungara qui se trouve a 4500 m reflete le sommet enneige du volcan Parinacota qui depasse lui-meme les 6000 m. La frontiere avec la Bolivie se rapproche. On passe de bureau en bureau en recueillant les tampons necessaires mais rapidement un probleme se pose avec les papiers de la voiture. Traverser la frontiere ne semble pas pour aujourd'hui et gentiment mais surement on se fait renvoyer. Le premier bureau civil se trouve a Putre, un petit village de montagne a 60 km et sans en avoir envie on fait demi-tour. L'agent qu'on y trouve est l'exemple meme de la bureaucratie et bien qu'il s'agit seulement d'imprimer un papier minuscule, il ne veut clairement pas nous aider. Quand egalement par telephone rien ne peut se regler on n'a plus le choix, et decourage on redescend tout le chemin fait jusqu'a Arica. Trois jours plus tard et un plein reservoir de gaspille on se presente de nouveau a la frontiere. Cette fois-ci on possede tous les papiers necessaires et meme que cela ne se fait pas tout seul on reussi a passer. Atteindre la Bolivie ressemble de plus en plus a une victoire!
La premiere grande ville qu'on rencontre est La Paz, la capitale du pays. D'une facon audacieuse Henk s'y fait un chemin malgre le trafic dense et plus que chaotique, jusqu'a ce qu'un parking souterrain en centre ville nous sauve. Durant quelques jours on echange notre matelas d'un metre a l'arriere de la voiture pour une chambre d'hotel avec un grand lit. C'est a pied qu'on decouvre la capitale et l'ambiance de l'endroit ne plait tout de suite. On flane la long des marches, on se fait gater par les jus de fruit fraichement presses, on visite le musee des instruments de musique traditionnels et une exposition sur les feuilles de coca nous apprend le role et l'importance de cette drogue 'a usage multiple' en Amerique latine. Pour quitter La Paz on reprend la voiture et au tarif surprenant de 1 euro par 24 heures pour le stationnement dans un parking souterrain surveille, on a eu raison de ne pas se depecher. C'est l'intuition qui nous guide hors de la ville car chaque forme de signalisation est absente. Au bout de 50 km la route goudronnee se termine et l'etat se degrade rapidement. Bien qu'il ya quelques jours on avait encore du mal a croire que le bus de La Paz a Rurrenabaque necessite 18 heures pour parcourir une distance de seulement 420 km, la realite nous devient de plus en plus clair. La piste serpente en suivant le flanc des montagnes, n'est pas plus large qu'une seule voiture et ne connait aucune barriere pour securiser le cote ravin. A ceci s'ajoute non seulement la confusion d'une conduite a gauche ou a droite qui alterne avec le trafic montant et descendant; mais egalement une circulation d'un nombre de camion tellement important que chaque virage represente un defi. Sa reputation d'etre ¨la route la plus dangereuse du monde¨n'est pas sans raisons et on s'estime heureux qu'on tient le volant en propres mains. Cela nous prend finalement 15 heures pour faire le trajet jusqu'a Rurrenabaque, le point de depart des excursions dans l'Amazone. Notre tour organise de trois jours commence en bateau. On debarque a Serere mais le lieu n'est pas plus qu'une collection de cabanes en pleine foret tropicale. Les huttes sont veritablement superbes, se situent en prive entre une vegetation luxuriante et ne se separent de l'exterieur que par l'intermediaire d'une moustiquaire. Ce soir on dormira avec les bruits de la jungle... Notre sejour devient pourtant plus dur qu'initialement pense. Les longues randonnees a travers de la vegetation dense a une humidite et a des temperatures exceptionnelles coutent des litres de sueur, mais la faune et la flore qu'on decouvre compensent largement l'effort. Des fourmis nocturnes qui ne transportent rien que des bouts de feuilles vertes, des insectes lumineux, des papillons geants, des tarantullas effrayantes, des anacondas qui sortent de l'eau, des alligators qui restent (heureusement) dans l'eau, des capybaras timides, des tapirs au nez pointu, des singes bruyants, des perroquets macaw dans l'arbre; chaque excursion nous apprend a ecouter et a regarder a la decouverte d'une biodiversite interminable. Sur un des lacs on peche avec de la viande bovine et on attrape 15 piranhas. Les plus grands exemplaires se preparent pour le dejeuner et ainsi notre liste se rallonge des curiosites mangees. De retour a Rurrenabaque, la ville perdue a la fin d'une route impossible, l'endroit nous parrait du coup vivant et actif apres la jungle. Dans le jardin du tour-operateur on se gare sous le feuillage d'un arbre fruitier en s'habituant aux bruits des mangues mures qui nous font sursauter a chaque fois qu'elles tombent sur le toit de la maison en tole ondulee. Quelques jours de repos avant de retourner a La Paz nous paraissent, vu les conditions de la route, bien merites.

 

28/10/2008 - GRAPJE!!!!!!!!

By de kraanvogels

Lieve bloglezers,
De grap heeft wel lang genoeg geduurd. Hoewel we helemaal weg waren van deze prachtige camper, stond hij helaas in Nieuw-Zeeland..... Om te bewijzen dat we niet helemaal gek geworden zijn publiceren we nu onze super 4x4 Nissan Terrano. Hij is inmiddels helemaal ingericht en de eerste 1500 km zitten erop. Doorheen de Atacama woestijn liep hij gesmeerd.
Over enkele dagen bereiken we Bolivie waar we allereerst de Amazone willen verkennen.
Later meer nieuws.

 

By de kraanvogels











 

21/10/08 - Camper

By de kraanvogels


Nooit gedacht dat we in Chili zo snel de ideale camper zouden vinden! We hebben nu weinig tijd, binnenkort meer nieuws.

 

Het Noordereiland

By de kraanvogels






 

By de kraanvogels