22/12/08 - Drie landen in 1 blogverhaal
Na onze bewogen terugkeer uit de jungle zijn we erg tevreden dat de wegen naar het binnenland van Bolivie er zo keurig onderhouden bijliggen. We bezoeken de stad Potosi, wiens welvaart werd verzekerd na de ontdekking van zilver in de nabijgelegen heuvel 'Cerro Rico'. De zilverontginning hield vier eeuwen stand en Spanje kreeg alle tijd zijn schatkist op te vullen. Werkongevallen, mijnwerkers met fatale silicosepneumonie en de slavernij van miljoenen afrikanen vormden de trieste keerzijde van de medaille. In de 'Casa Nacional de Moneda' (het nationale munthuis) leren we hoe hier de eerste zilveren 'potosis' met de hand werden geslagen. Dat de boliviaanse munt op de dag van vandaag in Spanje wordt vervaardigd zullen we maar beschouwen als de ironie van het verhaal. Onze volgende stopplaats is de zogenaamde 'witte stad van Bolivie'. Sucre is rijk aan koloniale architectuur en witgekalkte kerken. Nadat hier in 1825 de onafhankelijkheidsverklaring werd ondertekend is de plaats voor vele Bolivianen nog steeds het historische centrum van het land. Wij raken vooral onder de indruk van de overdekte markt, waar groenten en fruit dusdanig in overvloed worden aangeprezen dat de stalletjes opgestapelde vruchten buitengewone proporties aannemen. Maar ook de slager met verse koeiekoppen is uniek, net als de eierboer die zijn waar in plastic zakjes van de hand doet en de aardappelverkoopsters die met niet te tillen zakken als concurrenten vredig naast elkaar staan opgesteld. De bedrijvige drukte geeft een vrolijke sfeer aan de door-de-weekse verkoopplaats die de boliviaanse variant is op onze smetteloze supermarkten. Maar wat markten betreft zijn we nog niet uitgekeken. In het 60 km verderop gelegen plaatsje Tarabuco doen we de zondagsmarkt aan. De plaatselijke bevolking verschijnt traditioneel uitgedost op het niet te missen wekelijkse rendez-vous en wij genieten van een dagje mensen kijken. Nergens meer dan in Bolivie is de latijn-amerikaanse traditie en klederdracht zo goed bewaard gebleven. Met de snelle verwestering van de omringende buurlanden kan de vraag worden gesteld hoelang ook hier de authenticiteit nog zal weten stand te houden?
Een weg onder constructie brengt ons naar Bolivie's toeristische topattractie: de Salar de Uyuni. Onderweg houden we halt in Pulacayo, een verlaten spookstadje dat teloorging toen de zilvermijnen werden gesloten. In een van de stoffige straten staan de locomotieven die ooit het zilvererts transporteerden langzaam te verkommeren. Naast Bolivie's eerste stoomlocomotief, daterend uit 1890, kunnen we de treinwagon bewonderen waarin kogelgaten nog steeds getuigen van de overval door de legendarische bandieten Butch Cassidy en the Sundance Kid. Waarom deze antieke treinstellen nooit in een museum werden ondergebracht blijft voor ons een raadsel.
Na het afleggen van de laatste kilometers spreidt de langverwachte zoutvlakte zich eindelijk voor ons uit. We parkeren aan de oostelijke ingang net voorbij het laatste dorpje. Talrijke zouthoopjes karakteriseren het landschap en geven aan de zonsondergang een uniek karakter. In het licht van de nieuwe dag ziet de harde realiteit er echter minder lieflijk uit. Nog voor we ontwaken zijn de zouthoopjes bemand door de inwoners van het naburige dorp die met pikhouweel en schop aan manuele zoutwinning doen. Een nieuwe dag van hard labeur onder een schroeiende zon kondigt zich aan. De Salar de Uyuni is niet voor iedereen een paradijselijke vakantiebestemming. Tegen de tijd dat twee man sterk een vrachtwagen met de schop hebben weten vol te scheppen met zout, beeindigen wij ons fruitontbijt. Even verderop treffen we het enige hotel dat letterlijk op de zoutpan is gebouwd. Zijn illegale constructie blijkt de eigenaars niet te storen. Nieuwsgierig nemen we binnen een kijkje want het gebouw is in zijn geheel uit grote zoutblokken opgetrokken en in de eetzaal staan zoutkunstwerken geexposeerd. Vanaf dit laatste herkenningspunt volgen wij bij gebrek aan een weg de bandensporen van voorgangers, die zich als een vuilgrijze band aftekenen tegen het smetteloze wit dat het landschap overheerst. 's Werelds grootste zoutvlakte bevindt zich op 3653 meter boven zeeniveau en beslaat ruim 12000 km2. De immensiteit van het absolute niets dat ons omringt is meer dan overweldigend en hoe hoger de zon aan de hemel klimt hoe verblindender de onmetelijke vlakte wordt. Ons baserend op de dingen die ons vertrouwd zijn associeren we deze zoutwoestijn met een rustige zee, een sneeuwlandschap of een ijsvlakte. De verschillende met cactussen begroeide rotseilanden en de waterplassen met zoutkristallen die zich op bepaalde plaatsen onder de zoutlaag laten zien, versterken bij ons alleen maar deze eerste valse indruk. Zonder boot noch schaatsen 'meren we aan' op het Isla del Pescado door simpelweg de Nissan voor het zogenaamde viseiland te parkeren. Een circulaire trail leidt ons over het kleine eiland, waar imposante trichoreus-cactussen de enige vegetatie vormen. Met een gemiddelde groei van 1 cm per jaar bewijzen de 10 meter hoge exemplaren hun duizenjarige bestaan. Het uitzicht dat we krijgen na de verwarmende klimpartij laat ons toe ons te orienteren. Met het eiland dat zich in het hartje van de zoutwoestijn bevindt en een vulkaan aan de horizon in noordelijke richting, zouden we ons strikt genomen waar dan ook moeten kunnen orienteren. We volgen een vaag spoor naar het zuiden en in een omgeving waar slechts zeshoekige zouttegels ons omringen parkeren we de auto. De plaats wordt door ons gelijk gepromoveerd tot een exclusieve naturistencamping en tot ons vertrek de volgende middag valt er geen levend wezen te bespeuren. Onze volgende kampeerplaats ligt dichter bij de vulkaan in het noordwesten van de Salar. Eenmaal de solardouche op de gloeiende motorkap geinstalleerd weet die in een recordtempo een comfortabele temperatuur te bereiken en voor de tweede dag op rij douchen we in de openlucht, genietend van de ongekende privacy. Na de douche volgt het zelfgekookte avondmaal, dat sfeervol wordt begeleid door latijn-amerikaanse muziek. Wanneer de zon tenslotte lager komt te staan en de opstaande zoutrandjes steeds langere schaduwen werpen, weten we dat het schouwspel van de zonsondergang niet lang meer op zich zal laten wachten. Op deze manier 's werelds bekendste zoutvlakte kunnen bezoeken is een privilege dat slechts voor weinig bezoekers is weggelegd. 's Anderendaags verlaten we onze gevonden oase van rust, een prachtige ervaring en een gedeelde herinnering rijker.
De maand november loopt op zijn einde. Indien we volgens het oorspronkelijke plan eerst Peru aandoen, valt ons bezoek aan de Galapagos-eilanden midden in de kerstvakantie. Om dit toeristische hoogseizoen te vermijden besluiten we enkele lange rijdagen in te lassen. Ter hoogte van het Titicaca-meer rijden we Peru binnen en via een lange kustweg naderen we de hoofdstad Lima. Onze vlucht naar de Galapagos begin december geeft ons de tijdsmarge onderweg halt te houden in de koloniale stad Arequipa. Deze tweede grootste stad van Peru heeft twee niet te missen bezienswaardigheden. Op de dag van mijn 31 ste verjaardag bezoeken we het prachtig gerestaureerde klooster Santa Catalina. De wirwar van smalle straatjes waar de nonnen hun persoonlijke cellen hadden dateert van net na de spaanse verovering. De helblauwe bebloemde patio's met sinaasappelbomen en de terracota steegjes vormen een prachtige wandeling en binnen het complex vinden we zelfs een cafetaria met verse cheesecake, waardoor ik mijn verjaardagstaart niet ontloop. Het ganse klooster is opgetrokken uit het lokaal ontgonnen vulkanische sillar-gesteente, net als ons hotel, dat voor de gelegenheid iets luxueuzer is dan we gewend zijn. De tweede attractie in Arequipa is van een geheel andere aard. In het Inca-museum van de stad wordt 'de ijsprinses' Juanita tentoongesteld. Het jonge meisje werd naar Inca-traditie aan de goden geofferd. Haar begraafplaats op de bergtop conserveerde haar 500 jaar lang in een bevroren toestand. Pas toen een uitbarsting van de naburige vulkaan de dikke ijslaag deed smelten stortte de bodem van haar graf in. Het gezicht van de vrijgekomen ijsmummie ontdooide in het zonlicht maar het lichaam werd tijdig ontdekt en na wetenschappelijk onderzoek ondergebracht in een museum. In een dubbelwandige glazen vrieskist bij -20 graden hopen ze Juanita nog 900 jaar te bewaren.
Iets buiten de stad leggen we een bezoek af aan de Colca-canyon. Mits het vroege tijdstip waarop we met de verrekijker op de uitkijk staan laten de gevleugelde canyonbewoners op zich wachten. Enigszins teleurgesteld stappen we tegen de middag op, zonder een glimp te hebben opgevangen van de imposante condors van de Andes die hier naar gewoonte nesten. Wat we wel zien zijn de talrijke Inca-terrassen die tot op de dag van vandaag druk worden bewerkt door de bewoners van de vele kleine dorpjes die de canyon rijk is. In deze periode van het jaar liggen de veldjes er recent ingezaaid bij en de frisgroene kleine akkers kleuren de gehele heuvelrug in diverse schakeringen groen. Een slechte gravelroad sluit aan op de kustweg naar het noorden. Na twee dagen rijden bereiken we Lima, waar we in een rijke buurt de auto veilig parkeren achter het traliewerk van de hotelparking.
Onze vlucht naar de Galapagos gaat via een tussenstop in Guayaquil. Deze stad op het vasteland van Ecuador heeft naast een prachtig waterfront een attractie die voor ons alvast een voorproefje vormt op de eilanden: het stadspark voor de kathedraal is de thuishaven van ontelbare land iguanen. Deze prehistorisch aandoende reptielen, die een meter lengte met gemak overtreffen, vormen een vreemde variatie op de vertrouwde stadsduif die naar onze gewoonte een park bevolkt.
Een tweede vlucht brengt ons tenslotte ter bestemming. Op het eiland San Cristobal boeken we een cruise voor de tweede week van ons verblijf. In afwachting gaan we alvast op verkenning en met watertaxis bezoeken we die eilanden die het schip niet zal aandoen. Op Isla Isabela beklimmen we de vulkaan Sierra Negra. De lange wandeling langsheen de krater, met een impressionante diameter van ruim 10 km, eindigt op de plaats van de laatste eruptie in 2005. De nieuwere lichtbruine lava heeft zich als een versteende rivier een weg gebaand in het zwarte kraterlandschap. Bij de haven ontdekken we voor het eerst de trotse bewoners van het eiland: zeeleeuwen, waterschildpadden, maritieme iguanen, rifhaaien en tal van vogels. De geboekte daguitstap naar Isla Bartolome wordt een superdag. Een smalle landstrook van het vulkanische eiland eindigt in de turquoisblauwe zee en met zijn goudgele stranden lijkt het panorama wel op de perfecte postkaart. Wanneer we even later vanaf het strand in het water duiken worden we op onze snorkeltocht al snel vergezeld door speelse zeeleeuwen en groene waterschildpadden. De jonge dartelende zeeleeuwen lijken er wel van te genieten toeschouwers te hebben en de lenige zwemmers maken er een acrobatische vertoning van. Niet alleen de unieke zwempartij maar ook de enorme hoeveelheden tropische vis die we kunnen bewonderen laat op ons een diepe indruk na. Op het eiland Santa Cruz besteden we een dag aan het bezoeken van het Charles Darwin Centrum en de schildpaddenboerderij, wiens weilanden in open verbinding staan met het aangrenzende natuurreservaat. We maken er kennis met de reuzenlandschildpadden en natuurlijk met de beroemdheid 'Lonesome George'. Als enige resterende van zijn eiland wordt deze schildpadsoort met uitsterven bedreigd, temeer de voortplanting met een verwant vrouwtje op zich laat wachten nu George de honderd nadert.
Na al onze excursies gaan we tenslotte aan boord van het cruiseschip 'De Floreana'. We mogen van geluk spreken want de boot met een capaciteit van 16 gasten telt slechts vijf andere passagiers. Met 1 zwitserse en 4 nederlandse meisjes wordt het bijna een 'Hollands onderonsje'... Liggend op het zonnedek laten we ons vijf dagen lang langs de verschillende eilanden varen. De dagelijkse excursies, bestaande uit wandelen en snorkelen, laten ons toe van heel dichtbij een dierenwereld te ontdekken die ons nog onbekend was. We staan versteld van de biodiversiteit en bewonderen gigantisch visscholen, parende waterschildpadden, zonnebadende maritieme iguanen, kleine Galapagos pinguins, vrolijke zeeleeuwenkolonies, blue-footed-boobies, rood-zwarte fregatvogels, bruine pelikanen, nestende albatrossen, kleurrijke land iguanen en fel rode krabben, om maar ergens het lijstje af te sluiten dat in werkelijkheid veel langer is.
Terug op het vasteland hebben we twee reisdagen voor de boeg alvorens Lima te bereiken. Na het oppikken van de auto zullen we het zwerversleven weer opnemen, om met onze trouwe reisgezel langzaam maar zeker richting Cuzco en Macchu Picchu te trekken.