Het vertrek vanuit Nieuw-Zeeland verlooopt niet zoals gepland. Om onbekende redenen zien we onze vlucht gecanceld en bussen brengen alle passagiers terug naar de binnenstad van Auckland. Op kosten van de vliegtuigmaatschappij brengen we een nachtje door in het ¨Crowne Plaza Hotel¨, dat met zijn 5 sterren voor ons meteen de meest luxueuse accomodatie wordt van het afgelopen jaar. De luxe kamer en de culinaire buffetmaaltijden vormen een dusdanige verwennerij dat de vlucht naar Latijns-Amerika plots minder dringend is geworden... Met precies 1 dag vertraging vliegen we van Auckland naar Santiago. Zonder twijfel zal 17 oktober voor lange tijd de langste dag van ons leven blijven. Na de zonsondergang vliegen we over de datumzone heen en zien we de zon opkomen voor alweer dezelfde dag. Hoewel de vlucht elf uur duurt, landen we in Chili vier uur voor het tijdstip waarop we uit Nieuw-Zeeland vertrokken.
Een ander continent, een nieuw land, een onbekende hoofdstad. Bijna 1 jaar na vertrek blijft de uitdaging even groot. Met een gevoel van dankbaarheid delen we samen, dag na dag, een avontuur dat haast nooit lijkt te eindigen. Waar we ook zijn vallen er steeds weer zoveel zaken te regelen dat we ons stillaan wereldburgers beginnen te voelen, eerder dan wereldreizigers. Ook de zoektocht naar een auto in hartje Santiago vormt een ervaring op zich. De foto van de nieuw-zeelande pipo-wagen lijkt ons een leuke grap om het thuisfront te plagen (wat goed gelukt is, we hadden zelfs al een koper!), maar we kiezen wijselijk voor een transportmiddel dat aangepast is aan de vele slecht onderhouden gravelroads. De aankoop en de organisatie van de Nissan Terrano 4WD neemt de nodige tijd in beslag, maar eenmaal ingericht zijn we fier op ons miniatuurhuis op wielen. Moge hij zes maanden lang onze betrouwbare medereiziger worden!
De verkenning van Santiago verloopt met de nodige administratieve rompslomp bijna als vanzelf. We bezoeken het museum van de pre-colombiaanse kunsten en bezichtigen een van de drie huizen van Pablo Neruda. Ter herdenking van de 35ste verjaardag van het overlijden van de dichter dragen we ons kleurtje bij in de muurschildering, die precies op de dag van ons bezoek door tal van vrijwilligers wordt aangebracht op de muur tegenover zijn vroegere woonhuis. Met twee blauwe verfstrepen laten we in Santiago onze onuitwisbare sporen na. Via de 'Panamericano-snelweg' verlaten we de Chileense hoofdstad in noordelijke richting, maar het afscheid is maar tijdelijk. De beloofde terugkoop van de Nissan in dezelfde garage waar we hem kochten zal onze wegen na het beeindigen van de trip door Latijns-Amerika ongetwijfeld weer naar Santiago leiden.
Bijna 1400 km noordelijker verlaten we ter hoogte van Antofagasta de geasfalteerde baan. Een prachtige zoutweg leidt naar de 'Salar de Atacama'. Wanneer de avond valt over de immense zoutvlakte slaan we van de hoofdweg af om de sporen te volgen van een haast onmerkbaar pad. Terwijl het zout knarst onder onze banden weten we ons voorzichtig dusdanig ver van de doorgaande weg te begeven dat de koplampen van de af- en aanrijdende zoutcamions tot lichtstipjes verworden. In deze grootse vlakte van niets dan wit vormen ze het enige teken van leven. Mits we van kilometers afstand zichtbaar zijn hebben we nog nooit zo prive gestaan. Een rode zonsondergang over de bergketen van vulkanen, een prachtige sterrenhemel en een geelgekleurde zonsopkomst zijn bij de kampeerplaats inbegrepen. Pas tegen de middag verjaagt de zon ons van onze gevonden oase van rust. Nog steeds in de Salar bezoeken we twee hoogblauwe vulkaanmeren. Gelegen aan de voet van de 6000 m hoge vulkanen zijn we inmiddels zelf al, haast ongemerkt, geklommen tot een hoogte van maar liefst 4200 m. Enkele roze flamingo's hebben er hun broedplaats. We aanschouwen het natuurschoon bij een glaasje excellente Chileense rode wijn.
De lokale zandstormen maken het 'wild parkeren' haast onmogelijk en noodgedwongen rijden we door tot in San Pedro de Atacama. Het vinden van een camping die open is neemt maar liefst een uur in beslag. Het woestijndorpje zelf zou naast touroperators, souvenierswinkels en toeristische restaurants niet veel meer te bieden hebben dan een verzameling stoffige straten, een goed verborgen benzinepomp en een voetbalveld van kunstgras, ware het niet van de Belgische pater Gustavo le Paige die er de helft van zijn leven doorbracht. Zijn groeiende interesse in de archeologie leverde een mooi museum op dat een goed overzicht geeft over hoe de oorspronkelijke ¨AtacameƱos¨ evolueerden met de tijd, hoe ze zich als jagers settelden in de oases, de kameelachtigen domesticeerden tot lama's en alpaca's en van de landbouw gingen leven. We bezoeken de omliggende valleien en de beloofde desolate maanlandschappen blijven niet uit. De dorre omgeving is uniek en indrukwekkend, maar de immense rust wordt verstoord wanneer tegen zonsondergang de talrijke tours met busjes komen aanstuiven en 200 toeristen tegelijk de beklimming aanvatten van een zandduin. We parkeren op een panoramisch uitzichtspunt en na een rustige avond ontwaken we op een plek met alweer een onbetaalbaar uitzicht.
We verlaten San Pedro en de weg ligt er algauw bijzonder slecht bij. Wanneer we het beroemde geyserveld 'El Tatio' bereiken loopt de dag al op zijn einde. Mits het niet actief zijn van de geysers op dit tijdstip van de dag gaan we alvast een kijkje nemen. 's Avonds scharen we ons met het personeel van de berghut met plezier rond de houtkachel, want op 4321 m hoogte is de temperatuur drastisch gedaald. Bij -12 graden Celsius bezoeken we 's anderendaags de honderden geysers die allen het actiefst worden tussen 6 en 8 uur in de ochtend. Bevroren ondergrondse rivieren die contact maken met de hete rotsen doen de geysers ontstaan. Bij 85 graden Celsius borrelt het hete water omhoog, om aan de oppervlakte rookpluimen te vormen die wel 10 meter hoog kunnen opstijgen. Het natuurfenomeen is meer dan indrukwekkend en wanneer de zon zich boven de vulkaantoppen laat zien komt de aarde stillaan weer tot rust. Tijd voor een plons in de vulkanische warmwaterpool!
We vervolgen onze tocht noordwaarts en verbazen ons steeds meer over het dorre woestijnlandschap dat gans Noord-Chili lijkt te typeren. Een autobaan, electiciteitspalen en een spoorweglijn trekken door een landschap waar het leven zich beperkt tot enkele minimale groene valleien, die smal ingeklemd liggen tussen hoge rotswanden. We bereiken de havenstad Arica en bezoeken er het archeologisch museum in de Azapa-vallei. Als curiositeit bevat het enkele van 's werelds oudste mummies die dateren van rond 7000 voor Christus. Deze ¨chinchorro-mummies¨ zijn 2000 jaar ouder dan de Egyptische exemplaren en typeerden de cultuur van een kleine vissersgemeenschap in Noord-Chili en Zuid-Peru. Hoewel de grens met Peru op slechts 20 km ligt staat voor ons Bolivie eerst op het programma. We steken dwars doorheen Noord-Chili om via een relatief goede asfaltweg en twee nationale parken de Boliviaanse grens te bereiken. De klim vanaf zeeniveau is lang en moeizaam, waardoor we alle tijd krijgen het natuurschoon in ons op te nemen. Het Chungara-meer bevindt zich op een hoogte van 4500 m en weerspiegelt prachtig de besneeuwde piek van de vulkaan Parinacota, die de 6000 m overstijgt. De grens met Bolivie is nabij. We volgen de procedure van de te doorlopen kantoortjes en de te verzamelen stempels, maar er blijkt een probleem te zijn met de autopapieren. Al gauw wordt het duidelijk dat we in geen geval Chili kunnen verlaten en vriendelijk maar vastberaden worden we teruggestuurd. Het eerste registratiekantoor ligt in het onbeduidende bergdorpje Putre, zo'n 60 km terug en met tegenzin maken we rechtsomkeer. Hoewel het slechts gaat om het uitprinten van een minimaal formulier levert de beambte die we er treffen een schoolvoorbeeld van bureaucratie en weigert ons te helpen. Ook telefonisch valt er niets te regelen waardoor er niets anders opzit dan helemaal naar Arica terug te rijden. Een volle benzinetank armer en drie dagen later presenteren we ons opnieuw aan de Chileens-Boliviaanse grens. Het doorlaten van de auto verloopt nog steeds niet probleemloos, maar ditkeer bezitten we alle vereiste papieren. Onze aankomst in Bolivie begint stillaan op een overwinning te lijken!
De eerste grote stad die we er treffen is meteen de hoofdstad La Paz. Dapper baant Henk zich met de auto een weg door de chaotische verkeerssituaties, tot een ondergrondse parking in het stadscentrum ons redding biedt. Gedurende enkele dagen ruilen we onze matras van een meter breed achter in de auto in voor een hotelkamer met dubbel bed. Stappend verkennen we de hectische binnenstad. De sfeer bevalt ons meteen. We slenteren op de marktjes, doen ons tegoed aan de verse vruchtensappen, leren in het coca-museum over de geschiedenis en de rol van de cocabladeren, bezoeken het museum van de traditionele muziekinstrumenten en gaan op zoek naar goede wegenkaarten alvorens we met de auto verder trekken. Aan 1 euro per 24 uur in een bewaakte ondergrondse parkeergarage hoefden we ons niet te haasten. Bij gebrek aan wegwijzers rijden we op intuitie de hoofdstad uit en belanden warempel op de juiste baan. De eerste 50 km is geasfalteerd maar al snel laat de toestand van de weg te wensen over. Hoewel we enkele dagen terug nog met ongeloof aanhoorden hoe de bus van La Paz naar Rurrenabaque 18 uur nodig heeft om een traject van slechts 420 km af te leggen, wordt de werkelijkheid ons stillaan duidelijk. De gravelroad slingert gevaarlijk langs de bergflank, is op vele plaatsen niet meer dan een auto breed en kent nergers enige afrastering aan de ravijnkant. Hierbij voegt zich de onduidelijkheid over het wisselend links en rechts rijden van het stijgende en dalende verkeer, terwijl het drukke vrachtverkeer er bij elke nieuwe bocht de spanning in houdt. Kortom, de reputatie ¨de gevaarlijkste weg van de wereld te zijn¨ is niet geheel onterecht en we begrijpen waarom de meeste toeristen de afstand vliegend afleggen. Nog een geluk dat we het stuur zelf in handen hebben, want met de bus was deze weg een echte verschrikking geweest. We hebben er maar liefst 15 uur voor nodig alvorens Rurrenabaque te bereiken, de toegangspoort tot het Amazonegebied. Onze driedaagse tour, geboekt via een ecolodge, begint met het afvaren van de Beni rivier. In Serere gaan we aan wal, maar de naam staat slechts voor een verzameling cabaƱas temidden van het tropisch regenwoud. De hutten zijn echter prachtig en staan volledig prive tussen het weelderige groen, alleen van de buitenwereld afgeschermd door middel van muskietengaas. Vanavond gaan we slapen met de geluiden van het oerwoud... Ons verblijf in de jungle wordt toch zwaarder dan verwacht. De lange wandelingen door de dichte begroeiing bij een uitermate hoge vochtigheidsgraad geven liters zweet als resultaat, maar de dieren en planten die we ontdekken zijn de inspanning meer dan waard. Van nachtelijke blaadjestransporterende mieren tot lichtgevende kevers, van lieflijke vlinders tot schrikaanjagende tarantullas, van anaconda's tot caimannen, van capybara's tot miereneters, van diverse apensoorten tot groepen macaw-papagaaien; elke tocht weer wordt een ervaring van luisteren en kijken om een wereld te ontdekken die aan diversiteit geen einde kent. Op 1 van de meren vissen we met stukjes rundvlees en vangen wel 15 piranha's. De gootste exemplaren worden schoongemaakt voor de lunch en op deze wijze breiden we ons lijstje uit met gegeten curiositeiten. Na de jungle-ervaring komt Rurrenabaque, het onbeduidende stadje gelegen aan het eindpunt van een onmogelijke gravelroad, ons ineens over als een groots centrum bruisend van activiteit. In de tuin van de ecolodge parkeren we enkele dagen onder het gebladerte van de mango-bomen en langzaamaan wennen we aan het geluid van rijpe mango's die met hels kabaal op het golfplatendak van de lodge belanden. Enkele dagen van rust alvorens de terugweg naar La Paz aan te vatten, lijkt ons gezien de wegcondities, geen overbodige luxe. Aangezien we dit in La Paz zitten te typen zijn we veilig aangekomen!