Vuurland ontleend zijn naam aan de europese ontdekkingsreizigers die bij aankomst geinspireerd werden door de vuurplaatsen ontstoken door de Yahgan-indianen. Een ware indianenklus, gezien ook in die tijd de hardnekkige patagonische wind veelal stormachtige proporties moet hebben aangenomen... De naar het zuiden steeds smaller wordende landstrook wordt door de straat van Magellaan van het vasteland gescheiden en zo vormt Vuurland Zuid-Amerika's grootste eiland. Dat Ushuaia bestempeld wordt als de meest zuidelijk gelegen stad ter wereld op het vasteland is dus strikt genomen voor discussie vatbaar. Als 'el fin del mundo' dan toch op een eiland mag liggen, waarom komt de eer dan niet toe aan het chileense stadje Puerto Williams dat zich op het nog zuidelijker gelegen eiland Isla Navarino bevindt? Het benadrukt des te meer de fierheid van de Argentijnen. Een ander bewijs hiervan wordt geleverd door het blijven beschouwen van de zogenaamde 'Islas Malvinas' als argentijns grondgebied. Mits de oorlog om de Falklandeilanden te hebben verloren, staan de eilanden duidelijk op hun landkaarten vermeld als zijnde argentijns en vereren talrijke monumenten hun oorlogshelden nog steeds als overwinnaars.
We bezoeken het nationaal park Tierra del Fuego dat vlakbij Ushuaia ligt. Als bijzonderheid krijgen we er een indrukwekkende beverdam te zien. De ingenieuze U-vormige constructie wordt nog steeds door een actieve beverkolonie bewoond en heeft het aanvoerende stroompje buiten zijn oevers doen treden. We nemen plaats naast de dam en ons geduld wordt beloond: tot 2 maal toe vangen we een glimp op van een bever die zich even buitenshuis waagt. Een andere bijzonderheid wordt gevormd door de kleurrijke en uitgestrekte veengronden. Deze grondsoort is typisch voor de streek, want veen vormt zich alleen onder die klimatologische omstandigheden waarbij de decompositie van dood plantenmateriaal wordt verhinderd.
Na het bezoek aan het park laten we het 'pseudo-fin-del-mundo' achter ons. De verdwaalde zwerver mag dan wel Antarctica hebben aangedaan, bij gebrek aan sponsors ligt deze elitaire bestemming helaas niet binnen ons budget. We vatten de terugweg naar het noorden aan. In Rio Grande gaan we nieuwsgierig een kijkje nemen op de tweede boerderij van de wolbaron José Menendez. De estancia, Maria Behety genaamd, beslaat maar liefst 150.000 hectares (!) en voor 1 keer is de bewering 's werelds grootste te zijn hier niet voor discussie vatbaar. Bij het zien van de gigantische schapenscheerschuur bestaat er geen enkele twijfel meer! Het rode golfplaten gebouw overtreft al onze verwachtingen. Naast ontelbare hokken als sorteersysteem, bevat de schuur een aparte machinekamer voor het aandrijven van de wolpers en de 30 scheerplaatsen op rij. Vandaag de dag draait het bedrijf niet langer op volle capaciteit en telt 'slechts' 38.000 schapen die op 'slechts' 61.000 hectares gehouden worden. Ook hier heeft de boerderij zijn weg naar het toerisme gevonden en biedt luxe-accommodatie aan aan welbedeelde liefhebbers van vliegvissen en golf. Aangezien we niet tot deze laatste klasse behoren en het scheerseizoen jammer genoeg in januari werd afgerond, vervolgen we onze weg. We steken de grens over met Chili en begeven ons naar het kleine stadje Puerto Natales. Het is de uitvalsbasis voor wat ongetwijfeld Chili's beroemdste nationaal park is: Torres del Paine. Maar voor we gaan stappen hebben wij nog iets te vieren. Henks' verjaardag valt precies samen met ons 16 maanden onderweg zijn (is vandaag 17 geworden...). We zoeken een leuk hotel uit en klinken op beide gelegenheden. De avond wordt besloten met een etentje uit en een stiekem geregelde aardbeientaart...
's Anderendaags is het afgelopen met de verwennerij. We starten met onze wandeltocht door Torres del Paine. Aangezien we het grote circuit willen lopen rekenen we, als alles goed gaat, op een 8-daagse hike. De rugzakken zijn zwaar bepakt maar we hebben weinig keuze. Naast de tent, matjes en de slaapzakken sjouwen we ook alle kookspullen en het eten voor de komende week met ons mee. De eerste dagen is het even afzien. We krijgen af te rekenen met onvermijdelijke spierpijn, honderden bloeddorstige muggen en de gebruikelijke patagonische tegenwind. En toch wordt het een buitengewoon prachtige tocht! Iedere morgen worden we verwend met stralend nazomerweer en eens we er achter zijn gekomen dat de wind beter werkt dan welk insektenrepellent ook, weet die ons niet langer te deren. Door de afnemende hoeveelheid proviand worden de rugzakken met de dag lichter en tegen de tijd dat we de bergpas bereiken hebben we ons nepalees stapritme teruggevonden. In de geplande 8 dagen leggen we om en bij de 130 km af. Het ongekende natuurschoon dat het variërende landschap ons biedt vormt ruimschoots de beloning voor de geleverde inspanning. We trekken door landschappen al waren het prentkaarten. Onbegrensde ijsvlaktes in een onuitputtelijke schakering van blauw, grillige gletsjerformaties met melkwitte meren vol smeltwater, stenige hellingen leidend naar granieten bergtoppen; het zit allemaal vervat in 1 natuurpark. Wanneer we uiteindelijk terug bij de auto komen vieren we onze 'thuiskomst' haast als een overwinning!
Voor de zoveelste maal ondergaan we de formaliteiten van een grensovergang. Terug in Argentinië leggen we onze eerste kilometers af op de legendarische Ruta 40. De weg die meer dan 5000 km beslaat doorkruist het land letterlijk van noord naar zuid. Gezien zijn ongeasfalteerde status verwierf hij faam als Zuid-Amerika's slechtste autobaan. Vandaag de dag ligt het overgrote deel er inmiddels geasfalteerd bij, maar de onvermijdelijke stukken gravelroad waar we overheen moeten kosten ons niettemin een paar nieuwe terreinbanden. Als naast de brandstofpomp en de nieuwe batterij de kosten aan onze auto zich tot in Santiago weten te beperken tot het vervangen van een paar versleten achterbanden, dan mogen we ons allang gelukkig prijzen...
We bereiken het nationaal park 'Los Glaciares'. Het pronkstuk wordt er gevormd door de gletsjer Perito Moreno. Vanaf verschillende kijkplatforms kunnen we de tientallen kilometers ijsvlakte overzien. De dynamische masse ijs wordt in het centrum van de gletsjer dagelijks 2 meter vooruitgeduwd, terwijl de zijkanten slechts over 60 cm schuiven. Dit geeft continu aanleiding tot het ontstaan van nieuwe scheuren, wat gepaard gaat met een luid en indrukwekkend gekraak. Maar ook het 60 meter hoge ijsfront zorgt dichterbij voor de nodige animo. Met grote regelmaat breken stukken ijs van de façade af om met geweld in het water te belanden. Eenmaal de golfslag tot bedaren is gekomen, dobberen de blauwe ijsschotsen doelloos in het water. Ze vatten hun laatste reis aan alvorens, na lange tijd, definitief weg te smelten in het gletsjermeer. In hetzelfde nationaal park maken we ons enkele dagen later gereed voor alweer een meerdaagse wandeltocht. We hebben geluk met het weer want bij vertrek liggen de toppen van de berg Fitz Roy er geheel onbewolkt bij. De volgende morgen levert de stevige klim vanaf het kampeerterrein een verbluffend uitzichtspunt op. Terwijl we ons laten uitwaaien nemen we het landschap in ons op. Het zonlicht kleurt het gletsjermeer hoog blauw en achter de opkomende nevel weten de rotsige pieken van Fitz Roy zich langzaam maar zeker te verschuilen. Jammer voor de laatkomers! Na twee lange stapdagen bereiken we aan de andere kant van de berg een nieuw panoramisch uitkijkpunt. In het licht van de avondzon liggen de verschillende gletsjertakken op de flanken van de berg Cerro Torre te schitteren als zoveelste blauwe ijsmassa. Het nationaal park Los Glaciares heeft zijn naam niet gestolen!
Na onze geslaagde 4-daagse ruilen we onze stapschoenen in voor de gaspedaal. De ruta 40 heeft veel ongeasfalteerde secties voor ons in petto en we doen het rustig aan. De 'Cueva de las manos' (grot van de handen) vormt over een afstand van 500 km de enige interessante stop. De goedbewaarde rotsschilderingen dateren van 7000 voor Christus en tonen een indrukwekkende verzameling van om en bij de 800 handen. De aangewende schildertechniek verklaart waarom het voor 90% de afdruk van linkerhanden betreft. De eigenlijke betekenis van de schilderingen blijft echter nog steeds onopgehelderd. Na deze curiositeit vervolgen we onze weg. We bereiken Bariloche, gelegen in het nationaal park Nahuel Huapi. De vlakke pampa heeft zich plots weten in te ruilen voor beboste heuvels met ontelbare meren en toont ons een geheel ander Argentinië. Dat deze streek met Zwitserland wordt vergeleken is niet geheel en al onterecht. Prachtige chalets geheel uit rondhout opgetrokken, Sint Bernard honden met een tonnetje whisky onder de kin poserend voor de zoveelste toeristenfoto en uitpuilende chocoladewinkels op iedere straathoek is niet bepaald wat een reiziger van Argentinië verwacht. Jammer dat het ski-oord er in deze periode van het jaar sneewloos bij ligt, want het landschap van bossen weet ons niet te inspireren voor een nieuwe trektocht. We verkiezen ditkeer de stoelen van de concertzaal want tijdens ons verblijf in Bariloche vindt er net een tango-festival plaats. Een vleugje passie in Klein-Zwitserland als nasmaak van Buenos Aires...