25 januari 2008 - Swakopmund
Hoe sterk Zuid-Afrika een Europese stempel draagt, hoe anders is het een land als Namibie te doorkruisen. Gravelroads zijn hier standaard, een schaarse dorre vegetatie domineert elk landschap en de kleine twee miljoen inwoners wonen geconcentreerd in de weinige steden die het land rijk is. Zolang de Volkswagen in Zuid-Afrika een perfecte oplossing was, des te meer lijkt hij ongeschikt in Namibie. We rammelen de hobbelige stenige paden af, stockeren rijst blikken en pasta op de achterbank en de term 'fris'-drank is allang een illusie geworden.
Voor het verkennen van het onherbergzame Kaokoland, het uiterste noordwesten van Namibie, komen we tot het besluit onze Volkswagen in Swakopmund te parkeren en met een volledig uitgeruste Landrover verder te gaan. Hoog op de wielen, met perfecte schokbrekers, vierwielaandrijving, zware motor en tent op het dak voelen we hoe ons avontuur ineens een andere dimensie krijgt. Onze voedselvoorraad kunnen we in een min of meer stofdichte lade opbergen, terwijl de auto een 60 liter drinkwaterreservoir bezit. Via de zoutweg rijden we naar het noorden, waarbij we een stop maken in Cape Cross om een immense zeehondencolonie te bezoeken. De 250 000 exemplaren met hun jongen van slechts enkele weken zijn het bezichtigen meer dan waard, zolang je hun indringende stank maar verdragen kunt. Onze tank brengt ons zo'n 1000 km hogerop. De wegen zijn voor deze terreinwagen een geringe uitdaging en drie dagen later staan we aan de voet van de Kunene rivier, die de natuurlijke grens met Angola vormt en op zijn verloop een bruske val kent om de mooie Epupa-watervallen te vormen. Kaokoland wordt bewoond door de Herero en de Himba, semi-nomadische volkeren die leven van hun kleine kuddes geiten, schapen of koeien. De ronde iglo-vormige hutjes worden uit hout vervaardigd waarna de buitenkant met aarde wordt aangesmeerd. Volgens Himba-traditie wordt het lichaam ingesmeerd met een mengsel van okerboter en vaseline, waardoor de huid een bijzondere bruine kleur verkrijgt. De haartooi houdt verband met een al dan niet gehuwde status. Vrouwen bedekken het bovenlichaam niet en een geiteleren gordelriem vormt het enige kledingsstuk. Yzeren ringen worden om knie en enkels gedragen, terwijl sierraden en halskettingen hun traditionele outfit extra uitstraling geven. De Himba-kassajuffrouw in het stadje Opuwo zit topless achter de kassa, terwijl Henk onschuldig de taak van het boodschappen doen op zich neemt...Oog in oog met een Himba-vrouw, staan ze ver verwijderd van onze westerse leefwereld, maar om hun fierheid te benadrukken voor het behoud van eigen tradities hebben ze de Engelse taal niet nodig.
Halfweg ons avontuur krijgen we een radicale weersverandering. Eenmaal de regen besloten had te vallen, was er geen stoppen meer aan. De ontelbare droge rivierbeddingen worden ineens bruine kolkende rivieren, die op hun weg grote delen van de gravelroad meespoelen en bruggen moeiteloos overstromen. Bij onze eerste poging een rivier over te steken gaat het al mis. De auto zakt tot aan zijn assen weg in het natte zand en er zit niets anders op dan onze onhandig geparkeerde Landrover in de rivier achter te laten en hulp te zoeken. Het dichtsbijzijnde dorp ligt gelukkig slechts op een uur loopafstand. Met angst in de ogen kijken we stilzwijgend naar de grijsgrauwe hemel. Eenmaal het dorp bereikt breekt de regenbui in alle hevigheid los. Na enige tijd zijn enkele bereidwillige Namibiers en de enige traktor van het dorp in de stromende regen onderweg naar de rivier. Bij het zien van de hoeveelheid water op de daarnet nog droge wegen maken we ons terecht zorgen over onze huurauto. Als wegen tot rivieren herschapen zijn, wat is er dan van de rivier geworden? Tot onze grote opluchting valt de toestand gelukkig mee en heeft onze Landrover zich in de rivier staande gehouden. Eenmaal uit onze benarde situatie gered, wijzigen we verstandigheidshalve onze route. Hoewel we ditkeer de regen uit het noorden ontvluchten en zuidwaarts gaan, zien we ons amper twee uur later geblokkeerd staan voor een brug die de enorme watermassa niet langer verwerken kan en metershoog overspoeld wordt. Ditkeer hangen we de waaghalzen niet meer uit en klimmen we op het dak om te gaan slapen en laten de nacht de oplossing brengen. De volgende morgen is er van al dat watergeweld slechts een klein stroompje overgebleven.
Wanneer we met een grote omweg uiteindelijk de westelijke kant van Kaokoland bereiken zijn we verbaasd over het totaal andere landschap dat we hier te zien krijgen. De rivieren en lage bebossing hebben plaatsgemaakt voor uitgestrekte droge stenige en zanderige vlaktes. We besluiten een echte 4x4 track te ondernemen en zonder er ons bewust van te zijn breekt de spannendste dag van onze reis aan. De eerste 80 km verlopen vrij vlot. Bandensporen leiden ons doorheen ongeevenaarde woestijnlandschappen, waar gemsbokken, struisvogels en giraffen gedijen vanaf dat er enige vorm van vegetatie aanwezig is. Aangekomen op het kruispunt waar ons pad linksaf moet gaan, raken we het spoor bijster. Bij het maken van een studie van de omging ontdekken we in de droge rivierbedding van de Hoanib-rivier een groepje woestijn-olifanten en het vinden van de juiste weg is niet langer een prioriteit. We twijfelen over de pittige zanderige afdaling om in de rivierbedding te komen en de mogelijke reactie van zes wilde olifanten op de aanwezigheid van een auto, dus gaan we te voet verder. Met snelkloppend hart, vol spanning lettend op elke verandering van de omgeving, stapvoets en op fluistertoon, benaderen we de struiken waar het groepje zich achter bevindt. We besluiten al gauw de geborgenheid van onze Landrover weer op te zoeken, want onze grootste vrees zien we later bevestigd, deze regio blijkt een gezonde leeuwenpopulatie te huisvesten...Eenmaal terug bij de auto wagen we alsnog de afdaling om per auto de olifanten van dichtbij te bekijken.
We maken rechtsomkeer en bij de zoektocht naar het juiste pad kruisen we als bij wonder een andere Landrover. We informeren naar de te volgen richting en moeten vaststellen hoe deze auto uitgerust is met detailkaarten, gps en radioverbinding. Vol nieuwe moed en met kompas in de hand (An en Han bedankt!!!) volgen we de bandensporen van onze tegenligger. Het wordt steeds moeilijker nieuwe sporen van oude te onderscheiden en in de eerst nog droge rivierbedding heeft zich na een tiental kilometers een stroompje gevormd, waardoor de droge ondergrond ontaardt in een modderpoel. In low gear, slippend en quasi stuurloos komen we de modderpassages steeds weer door. Dat we de te volgen weg niet vonden wordt ons duidelijk, we hadden immers allang de rivierbedding moeten verlaten. Maar we hebben geen alternatief. Zolang we een oud spoor volgen moeten we toch een uitweg vinden! Onze grootste vrees is om vast komen te zitten. Diesel hebben we genoeg, met onze watervoorraad houden we het wel een week vol, maar hoe vaak zouden hier mensen langskomen? Samen geconcentreerd op het bandenspoor levert Henk topprestaties achter het stuur. Zodra we een spoor de rivierbedding zien verlaten slaan we af. Zeven uur later en 195 km verder bereiken we opgelucht de normale gravelroad, die ons terug naar de bewoonde wereld voert. Ons 4x4 avontuur zullen we niet gauw vergeten!!