Laat het blogverhaal steeds langer op zich wachten of verbreekt ons reistempo tegenwoordig alle records? Hoe langer we onderweg zijn hoe vaker we ons afvragen waar de tijd blijft, ook voor het schrijven van een nieuw verhaal. Maar we zijn terug van weggeweest en de fles Ricard kan eindelijk worden ingeruild...
Na onze Galapagos-cruise bereiken we de miljoenenstad Lima, hoofdstad van Peru. Onze trouwe reismakker staat na een welverdiende rustperiode van twee weken nog keurig voor het hotel geparkeerd. Wij trekken er enkele dagen voor uit om de binnenstad te verkennen. In het 'Museo de la Nacion' kunnen we de keramieken potten bewonderen die dateren uit de Inca-periode, maar we worden allebei meer aangegrepen door de tijdelijke fotoreportage op de bovenste verdieping. Onverbloemd wordt hier het bloedige terreurverleden uit de jaren '80 en '90 in beeld gebracht, vaak aan de hand van foto's genomen door journalisten die weinige tijd later zelf het slachtoffer werden. De maoistische groepering 'Het Lichtend Pad' wordt verantwoordelijk gesteld voor maar liefst 60.000 doden en vermisten en we worden stil bij de gedachte hoe recent deze geschiedenis nog maar achter ons ligt. Op het centrale plein van de stad kunnen we onze zinnen verzetten met de gratis openlucht concerten die gegeven worden ten voordele van Telethon. Het muzikale evenement heeft op de Plaze de Armas voor een ongebruikelijke zondagse drukte gezorgd. Na afloop blijkt de inzamelaktie acht miljoen soles te hebben opgebracht, wat betekent dat elke inwoner van Lima gemiddeld 0,25 euro doneerde.
Eenmaal de auto gereorganiseerd verlaten we de hoofdstad voor een lange tocht in zuidelijke richting. In het plaatsje Ica houden we halt voor een rondleiding in 1 van de vele wijnhuizen. We maken er kennis met het productieproces van Peru's nationale drank: de pisco. Deze brandy op basis van druiven wordt na fermentatie in keramieken kruiken gedistilleerd tot een alcoholgehalte van 43%. Na een geslaagde proefsessie krijgt onze fles Ricard achter in de auto lokaal gezelschap.
's Anderendaags bereiken we de stad Nasca, waar we de wereldberoemde nasca-lijnen overvliegen. De lijnen en figuren werden in 1939 ontdekt en blijven tot op heden een archeologisch mysterie. Ooit maakten mensen (of waren het de vriendjes van E.T.???) er werk van om in het desolate woestijnlandschap de zongebakken aarde nauwgezet uit te steken en lijnvormig terug op de stapelen. Hierdoor werden speelse figuren bekomen die slechts vanuit de lucht duidelijk zichtbaar zijn. Een verklaring voor de beweegredenen hiervan leidde tot vele theoriën en volgens de meest aannemelijke was de opzet het vereren van watergoden. Gesteld kan worden dat hun gebeden werden verhoord, want volgens de onderzoekers ging het Nasca-rijk uiteindelijk ten onder aan destructieve regenval! Hoe het ook zij, de tocht in het vijf-persoons vliegtuigje was het trotseren van de maagbeproevende nevenwerkingen meer dan waard.
Alvorens onze volgende lange etappe naar Cuzco in te zetten besluiten we vandaag, op 24 december, alvast onze kerstwensen aan de familie over te brengen. Na terugkomst van het internet cafe wacht ons echter een onaangename verrassing. Tijdens onze korte afwezigheid werd het slot van de auto geforceerd en een groot deel van onze bagage is spoorloos verdwenen. Hoe kan zoiets gebeuren op een druk marktplein en op klaarlichte dag? Twee verkeersagenten staan op amper 20 meter afstand opgesteld en de bankjes op het plein zitten vol mensen. Natuurlijk heeft bij navraag niemand iets gezien... De moed zakt ons in de schoenen, temeer wanneer we beseffen dat ook alle gebrande fotoschijfjes van de afgelopen twee maanden zijn verdwenen. Van de gehele reis door Latijns-Amerika rest ons geen enkele foto meer! Het Amazonegebied van Rurrenabaque, de zoutvlakte van Uyuni en alle dieren van de Galapagos-eilanden zijn fotoloze herinneringen geworden. In het politiekantoor valt het bekomen van een verklaring nog niet mee. Alvorens de agent voldoende gemotiveerd is om achter zijn klavier plaats te nemen worden we naar de bank verwezen voor het betalen van een tax. In Peru kun je alleen tegen betaling bewijzen dat je bestolen werd, ronduit schandalig is dat! Bij aankomst sluit de bank natuurlijk net zijn deuren en we mogen bijna van geluk spreken dat de verklaring alsnog wordt getypt. Op talrijke centrale plaatsen in Nasca afficheren we een oproep aan de dief. Ons vriendelijk verzoek de foto's terug te bezorgen tegen een beloning van 200 US dollar blijft -zoals verwacht- zonder gevolg. Het gevoel tenminste 'iets' te hebben geprobeerd brengt onze onmacht tenminste tijdelijk tot bedaren. We verlaten de stad en het reisplezier is even ver te zoeken. In werkelijkheid is het pas in de daaropvolgende dagen dat we de ware omvang ontdekken van wat ons gestolen werd. De lijst met dingen die zoek zijn wordt met de dag langer. Daarenboven vallen er zoveel dingen te regelen dat we bij aankomst in Cuzco eerst alleen maar lopen te rennen zonder iets van de stad te zien. We bevinden ons nochtans in het mekka van het beroemde Inca-verleden.
We nemen de draad weer op en na een bezoek aan de terrasvormige ruines van Ollantaytambo staat Peru's topattractie op het programma: de verloren stad van Machu Picchu. Hoewel we met onze auto over eigen vervoer beschikken kan de archeologische site slechts op twee manieren worden bereikt: stappend of met de trein. De staproute, toepasselijk omgedoopt tot de Inca-trail, is een dure excursie die alleen maar kan worden afgelegd in groepsverband, onder leiding van een gids. We opteren voor de trein die al even schandalig duur is, net als het toegangsticketje zelf. De peruaanse overheid weet zijn toeristen in ieder geval met succes optimaal te exploiteren! Voor het bezoek zijn we er vroeg genoeg bij, te vroeg zelfs, want om 5u30 liggen de ruines nog verscholen achter een dichte ochtendmist. Gelukkig lost de zon de nevel op en Machu Picchu geeft ons langzaam maar zeker zijn mysteries prijs. Dat deze oude Inca-stad nooit door de spaanse veroveraars werd ontdekt maakt de plaats des te unieker. De vraag waarom de stad uiteindelijk werd verlaten blijft tot op heden onbeantwoordt.
Op de laatste dag van het oude jaar reizen we terug naar Cuzco. Het uurverschil met Europa bedraagt 6 uur en tegen de tijd dat wij aan tafel gaan voor een typische parrillada (vleesgrill), hebben de europeanen inmiddels het nieuwe jaar ingeluid. Tegen middernacht stroomt de centrale Plaza de Armas vol mensen en hoewel er door iedereen op een willekeurige manier vuurwerk wordt afgestoken, voegen we ons bij de vrolijke menigte. Gelukkig halen we ongedeerd het nieuwe jaar...
Na Cuzco werken we ons langzaam maar zeker het land uit want het Titicacameer ligt op de grens van Peru met Bolivie. Een boottocht brengt ons naar de merkwaardige 'Islas Flotantes'. Eeuwen geleden gingen mensen, behorend tot de Uros-stam, een ongewoon drijvend bestaan leiden om zich af te zonderen van de strijdlustige Inca's. Vandaag de dag zijn ze een toeristische attactie geworden en hoewel keurig geexploiteerd (zoals steeds in Peru!) zijn de eilanden het bezoeken waard. De drijvende aardklompen worden door een touwsysteem bijeen gehouden en verschillende lagen van het lokaal ontgonnen totora-riet zorgen voor een droge grondbedekking. Terwijl de huizen bestaan uit gevlochten matten, getuigen de prachtige boten met rieten drijvers al helemaal van de unieke vaardigheid. We steken de grens over en vanuit Copacabana bezoeken we de boliviaanse kant van het meer. De daguitstap naar Isla del Sol (het eiland van de zon) brengt ons naar de geboorteplaats van de eerste Inca's, die volgens de legende tevens de geboorteplaats van de zon is. De Inca's lieten er in elk geval enkele ruines na, wat van de zon niet gezegd kan worden. Leuk te weten dat de zon de boliviaanse nationaliteit bezit...
Hoewel we volgens het oorspronkelijke plan niet meer in La Paz zouden komen wijzigen we onze reisroute. Aangezien de dief er vandoor ging met al onze boliviaanse spullen, lassen we in de hoofdstad een winkeldag in. Onze tweede toegeving is de terugkeer naar Uyuni. Met het feit dat ons geen enkele foto rest van ons kamperen op de zoutvlakte kunnen we ons maar moeilijk verzoenen. Nu de Salar weer binnen bereik ligt is de beslissing gauw genomen en voor de tweede maal begeven we ons naar de hoogst unieke 'Salar de Uyuni'. Na het trotseren van meer dan 600 km slechte gravelwegen wacht ons bij aankomst echter een vreemde verrassing: met het intreden van het regenseizoen staat de Salar onder water! Met open mond aanschouwen we de blank staande vlakte. Zijn we hiervoor helemaal terug gereden? Het water houdt de georganiseerde tours echter niet tegen en terreinwagens, voorzien van een beschermend plastic zeil onder de motor, wagen zich aan de rit. Het avontuur wordt alweer groter dan verwacht en na het spannen van ons picknickzeil onder de auto volgen we een jeep die (hopelijk) vertrouwd is met de situatie. Op een droge zoutvlakte viel het al niet mee je te orienteren, nu zien we zelfs niet meer waar we kunnen rijden... Gelukkig wordt de situatie droger en na bijna 40 km te hebben afgelegd wordt het zelfs droog genoeg om te kunnen kamperen. Twee dagen lang 'snuffelen' we aan de zoutvlakte en terwijl Europa te kampen heeft met streng winterweer bereiken wij het stadium van roodverbrande kreeften. De terugweg valt nog niet mee. We zijn al snel ieder spoor bijster en het varierende waterniveau verrast ons met enkele te diepe duiken. Wanneer de auto uiteindelijk beslist er mee op te houden hangt de motor in het water en de opluchting is groot wanneer hij alsnog herstarten wil. Op de valreep halen we de overkant en we belonen onze superauto met een welverdiende en grondige carwash!
Na enkele rijdagen bereiken we de argentijnse grens. Het landschap in Bolivie is haast op het wilde westen gaan lijken, terwijl de grensovergang het wilde westen ís. Er zijn maar liefst 4 uur voor nodig alvorens iedere beambte bereid genoeg is onze documenten te stempelen. De eerste kilometers op argentijns grondgebied leggen we trouwens met de taxi af om een geldige verzekering voor de auto te bekomen. Gelukkig wordt de avond afgerond met een malse argentijnse biefstuk en een flesje overheerlijke rode wijn onder muzikale begeleiding: alsnog welkom in Argentinië.
Op aanraden van een fietsende verdwaalde zwerver doen we de Quebrada de Cafayate aan. De omgeving van rode zandsteen en grillige rotsformaties vormt alweer een uitgelezen kampeerplek, alleen komen wij hier niet 'wezenloos' vandaan. Tot drie maal toe krijgen we het bezoek van een inspecterende politiepatrouille. Aan backpackers loopt het hier ten over maar de manier waarop wij kamperen is blijkbaar vrij ongewoon.
We doorkruisen Noord-Argentinië en 1500 km verder bereiken we het drielandenpunt Argentinië-Brazilië-Paraguay, beroemd om zijn impressionante watervallen van Iguazu. Hoewel, zonder de hulp van de gastvrije argentijnen waren we hier zo snel nog niet geraakt. De verplichting ook overdag met lichten te rijden bezorgde ons drie opeenvolgende dagen een platte batterij (dom van ons om de koplampen niet uit te zetten). In een dorpje valt de oplossing nooit ver te zoeken, maar geparkeerd voor de nacht op een afgelegen zandpad is het avontuur des te groter. Temeer wanneer onze reddende engelen met stoere Chevrolet kortsluiting veroorzaken door de startkabels verkeerdom te schakelen en vervolgens zelf niet over een startmotor blijken te beschikken... Eind goed al goed en na 'elkaar' terug op de baan te hebben geholpen bereiken we slechts met enige vertraging het nationaal park van Iguazu. Aan de zuid-braziliaanse grens loopt de rivier Iguacu over een basalten plateau dat bij de grens plots eindigt. Duizenden kubieke meters water vallen met natuurgeweld 80 meter naar beneden en dat over een afstand van meer dan 2 km. We bezoeken uitgebreid de watervallen aan de argentijnse kant en na een verbazend snelle en professionele grensovergang, krijgen we vanuit Brazilië een beter totaalbeeld van de omgeving. Het aantal watervallen is niet te tellen en nadat eenieder met donderend geweld zijn eigen weg naar beneden heeft gevonden, vervolgt de rivier rustig kabbelend zijn weg, alsof er niets is gebeurd. Voor vertrek bezoeken we een vogelpark. Hier vinden we onze bevriende kraanvogels terug, een jaar na Zuid-Afrika.
We sluiten het bezoek aan Iguazu af met het nemen van een kijkje bij de grootste hydro-electriciteitscentrale ter wereld. Het stuwmeer van Itaipu, een gezamenlijk project van Paraguay en Brazilië, werd gebouwd op de grensovergang en voorziet de landen respectievelijk voor 90% en 25% van hun totale electriciteitsbehoefte. De rondleiding met gids (en helm) brengt ons bij de enorme turbines, die aangedreven worden door de Parana rivier. Met zijn kunstmatige verval van 120 meter mondt hij, aan de andere zijde van het stuwmeer, 40 meter onder het niveau van de rivierbedding uit. Het bouwwerk is ronduit imponerend, maar over de opofferingen die op ecologisch vlak werden geleverd om het project te realiseren, wordt er in alle talen gezwegen. Er werd tenminste geinvesteerd in een propere en duurzame energie. Frankrijk zou er een voorbeeld aan kunnen nemen...
In Zuid-Brazilië volgen we de weg van west naar oost, om de maand januari af te sluiten met een welverdiende (?) strandvakantie aan de zonovergoten braziliaanse kust. Een nieuwe bikini, strand tennisracketten en een beach volleybal behoren tot de verplichte attributen. Ook voor ervaren wereldreizigers kan een weekje luilekkervakantie voor een welkome afleiding zorgen!
Voor de oplettende lezer rest ons nog te vermelden dat dit blogverhaal een Uruguayaanse produktie is. Hoewel, tegen de tijd dat jullie dit lezen zitten wij misschien alweer in Argentinië...