21/08/08 - De Westkust
De Westkust van Australie bezit naast zijn nationale parken enkele bijzondere natuurfenomenen. In Exmouth bezoeken we het 'Cape Range Nationaal Park'. Ons vooropgestelde plan enkele dagen in het park te verblijven wordt gedwarsboomd door een strict nageleefd kampeerverbod, buiten alle erkende campings. Om de boete van 100 dollar te ontlopen stellen we ons voor de nacht veiligheidshalve buiten de parkgrenzen op. Voor het eerst sinds onze rondreis krijgen we grijze dagen, met een overtrokken hemel en niets dan regen. Al gauw vragen we ons stiekem af waarom onze gehuurde camper niet groter en luxueuzer is?! Gelukkig is het slechte weer van korte duur. Na het bezoeken van de witte stranden en de blauwe baaien maken we een boottocht, in de hoop het maritieme leven van dichtbij te ontdekken. Warm ingeduffeld in onze wetsuite en voorzien van een snorkeluitrusting staan we vertrekkensklaar op het dek. Het uitgestuurde vliegtuig dat in radioverbinding staat met de kapitein aan boord, gaat ijverig op verkenning. Op zijn aanwijzingen localiseren we een 'Manta Ray' en even later hoppen we met z'n allen in het water. We bevinden ons precies boven deze ruitvormige platvis die een spanwijdte van 4 meter bezit. Met zijn enorme vleugelvormige vinnen lijkt deze eigenaardige vis eerder te vliegen dan te zwemmen. Onze aanwezigheid lijkt hem geenszins te storen en gedurende wel 15 minuten vergezellen we hem snorkelend op zijn zoektocht naar plankton. Eenmaal terug aan boord gaan we zonder harpoen op walvisjacht. Op deze tijd van het jaar migreert de 'Humpback Whale' met zijn jonge kalf van de tropische wateren rondom het australische continent, terug naar Antarctica, waar tegen de tijd van aankomst de zomer is aangebroken en voedsel in overvloed aanwezig is. Bij het zien aan de horizon van een walvis die herhaalde malen als een pijl uit het water schiet, is de koers gezet. De boot scheurt erheen en wanneer we uiteindelijk rustig op het wateroppervlak liggen te dobberen worden we een half uur lang door vier walvissen vergezeld. Ook al laten ze zich nooit helemaal zien, we krijgen een goed beeld van hun indrukwekkende afmetingen.
In Coral Bay zetten we in een gehuurde snorkeloutfit onze verkenningstocht verder. Het beschermde 'Ningaloo Reef' ligt vlakbij de kustlijn. Het heldere ondiepe water laat toe al snorkelend de koralen te ontdekken, die de thuishaven zijn van duizenden visjes met de meest uiteenlopende kleuren. Alleen de watertemperatuur zit niet mee en na een tijdje passief dobberen krijgen we al gauw last van onderkoeling. Op het zonnige strand kleuren onze paarse lipjes gelukkig weer snel roze...
Onderweg naar het meest westelijke punt van Australie houden we halt in Hamelin, dat bekend staat om twee eigenaardige natuurfenomenen. We maken er kennis met iets waar we nog nooit eerder over hadden gehoord: stromatolieten. Deze bruine rotsachtige formaties die alleen bij laag water tevoorschijn komen lijken op het eerste gezicht weinig spectaculair. Ze hebben echter niets met rotsen te maken. Hun samenstelling bestaat uit modeste bacterieen (cyanobacterium), die bijna geheel identiek zijn aan organismen die 1900 miljoen jaar geleden op aarde voorkwamen. Gedurende 2 biljoen jaar waren ze de enige zuurstofproducerende organismen op aarde, waardoor ze aan de oorsprong liggen van alle leven. Tot op de dag van vandaag borrrelen zuurstofbelletjes langzaam maar zeker naar het wateroppervlak. De tweede curiositeit wordt gevormd door de aanwezigheid van een ware schelpengroeve. Ontelbare aangespoelde miniatuurschelpjes hoopten zich geleidelijk op langs de branding. Het regenwater wist hun hoge gehalte aan bicarbonaat op te lossen, waardoor na kristallisatie een soort cement ontstond. In vroeger tijden werd de groeve geexploiteerd en de uitgezaagde schelpenblokken verleenden zich prima voor de huizenbouw. Even verderop vinden we dezelfde witte schelpjes terug, op het strand, dat toepasselijk tot shell beach werd gedoopt. Van zandkorrels valt hier niets te bespeuren. De aanblik van de spierwitte schelpenvlakte vormt een prachtig decor, hoewel minder uitnodigend voor een blootvoetse strandwandeling.
Stillaan naderen we de meest westelijke peninsula. Onderweg krijgen we een uitzichtspunt over het Dirk Hartog eiland, waar in 1616 de gelijknamige Nederlander (hoe kon het ook anders?), als allereerste Europeaan voet aan wal in Australie zette. De geasfalteerde weg eindigt in Monkey Mia, waar de hoofdattractie gevormd wordt door het dagelijks voeren van 'wilde' bottlenose-dolfijnen. Het resort maakt van zijn strategische ligging gebruik om een algemeen wild kampeerverbod in te stellen, waardoor we ons genoodzaakt zien een uitzondering op de regel te maken. Voor de tweede keer sinds we met de camper op stap zijn betalen we voor onze overnachtingsplaats. Dit evenement laten we niet zomaar voorbijgaan. De wasmachine krijgt een flinke lading te draaien, de hete douches worden met plezier benut en het tennisplein ligt er niet langer verlaten bij. 's Morgens staan we om 7 uur te verkleumen op het winderige strand, maar het voederen van de dolfijnen lijkt ons een dusdanige publiekslokker dat we tegen de tijd dat ze eraan toe zijn, naast de camper van een warme kop koffie genieten. Het voederen later op de dag is minstens even interessant maar het 'verplicht' vroeg aanwezig moeten zijn is een van de manieren waarop het resort zijn monopolie versterkt.
We vervolgen onze weg verder zuidwaarts en worden verrast door de kleurenpracht. De velden
wilde bloemen die volop in bloei staan kleuren het landschap in vrolijke tinten en kondigen het begin van de lente aan. In Kalbarri vinden we een ongerepte ruige kustlijn waar we ongestoord van een rode zonsondergang genieten. Het voederen van de pelikanen met verse vis ontaard niet in de toeristische circusattractie waaraan de dolfijnen onderhevig waren en elk om beurt gooien we de prachtige vogels een visje toe. Nog verder zuidwaarts bezoeken we het woestijnachtige landschap 'the pinnacles'. Door weer en wind geerodeerde kalkstenen pilaren domineren er het desolate landschap. Het is onze laatste halte voor we aankomen bij de familie Hamilton.
Na twee maanden van alleen maar de toerist uithangen zien we er naar uit om een kijkje te nemen op een australische schapenboerderij. Na enkele emails en de positieve reactie dat een paar extra handen welkom zijn, parkeren we vol verwachting onze camper voor de deur van Richard en Pamela. De schapenfarm van 7000 hectares wordt gerund door twee families. Op 3000 hectares worden alleen gewassen verbouwd, terwijl 4000 hectares grasland meer de kort gehouden worden door de kudde schapen die 4000 moeders telt. We komen net op het goede moment want meer dan 3000 lammetjes van enkele maanden oud moeten afgezonderd worden voor het zogenaamde 'lambmarking'. Onze werkdagen beginnen om 6 uur 's morgens en 12 uur per dag drijven we met de Landcruiser en de quadbike kuddes voor ons uit. Na het verzamelen van de schapen in de verschillende pennen, scheiden we de lammeren van de ooien, door middel van een draaihek aan het einde van een doorgang dat lam en ooi in verschillende richtingen stuurt. Deze leuke job die veel concentratie vraagt heeft Henk al jaren onder de knie, maar voor mij vormt het een compleet nieuwe uitdaging.
Een ingehuurde equipe van vijf man neemt de aangebrachte lammetjes onder handen. Een roterend roulette-systeem laat toe de verschillende handelingen stap na stap uit te voeren. Naast het aanbrengen van een oormerk wordt het staartje ingekort, terwijl de toekomstige rammen met een elastiekje gecastreerd worden. De Merino lammetjes krijgen het nog wat harder te verduren, want om het probleem van maden te voorkomen, wordt er ter hoogte van de staartbasis een huidstrook weggenomen. De bloederige chirurgische ingreep wordt zonder enige vorm van verdoving uitgevoerd en doet terecht vragen rijzen inzake dierenwelzijn. Hoewel, het is misschien de prijs die betaald moet worden als de wolloze huidzone een latere infestatie met vliegenlarven weet te voorkomen. Wanneer tegen zonsondergang de equipe 'lammartelaars' huiswaarts keert zijn wij nog drukdoende de behandelde lammetjes terug naar hun weiland te brengen, om vervolgens nieuwe kuddes binnen te halen. Het zijn lange dagen van hard werken maar we genieten van de opgedane ervaring. Als tegenprestatie worden we ongeloofelijk verwend. Na twee maand in een camper te hebben doorgebracht is het terugvinden van huiselijk comfort als de eerste beloning. Een dagelijkse hete douche, een canape voor de televisie waarin je weggezakt de live opening van de Olympische Spelen kunt volgen, een slaapkamer met tweepersoonsbed en zachte kussens; het zijn eenvoudige dingen die je als budgetreiziger moet missen maar des te meer apprecieert wanneer je ze terugvindt. De tweede vorm van verwennerij hebben we te danken aan Pamela, die de culinairste gerechten en de heerlijkste dessers op tafel weet te toveren.
Precies een week later gaan we weer op pad en grappig genoeg zijn we allebei tevreden ons reizigersbestaan terug op te nemen. Er rest ons slechts 200 km naar Perth, maar daarna krijgen afstanden weer een andere dimensie. De 2700 km van Perth naar Adelaide kan vergeleken worden met de afstand van Londen naar Moskou. Welk normaal mens zou het in zijn hoofd halen deze afstand met de auto af te leggen?? Zonder veel enthousiasme nemen we de Eyre Highway, die alleen spectaculair is om zijn 2000 km lange eentonigheid. Soms kunnen we met plezier uitkijken naar Nieuw-Zeeland, waar de afstand tussen het uiterste Noorden en Zuiden, slechts 1500 km bedraagt. Gelukkig rijden we elk om beurten en moet dit blogverhaal nog geschreven worden. Drie kampvuren verder en drie dagen later staan we in Adelaide. Er rest ons nog ruim twee weken om via de Snowy Mountains en de Bleu Mountains onze eindbestemming Sydney te bereiken.