Tegen het einde van ons verblijf in Thailand vinden we in Phuket het ideale vakantiedecor. Terwijl we ons verdiepen in de reisgidsen van Indie en Nepal genieten we van de laatste zonnestralen in strandkledij. Helaas komt er een einde aan deze luie dagen van niets doen. Een lange busrit en een nachttrein brengen ons doorheen een landelijk landschap van blank staande rijstvelden terug naar Bangkok. Deze hoofdstad met zijn chaotische verkeer en sterk vervuilde smoglucht, waar uitlaatgassen en open rioleringen de stank ondraaglijk maken, viel al bij de eerste kennismaking niet bepaald in onze smaak. Toch besluiten we er een dag voor uit te trekken om de historische binnenstad te bezoeken. Het koninklijk paleis en de oudste tempel van de stad, die een gigantisch Boeddha-beeld in bladgoud herbergt van maar liefst 46 meter, kunnen ons evenwel niet bekoren. De kitscherige stijl en de drang naar excessieve, gekunstelde versieringen die het geheel moeten opluisteren komen ons geenszins artistiek over.
Terug in het hotel bereiden we ons voor op de vlucht van morgen naar Bombay. Na het organiseren van de bagage en het bespreken van een taxi naar de luchthaven lijkt alles tot in perfectie geregeld, hoewel, niets is minder waar... Wanneer we ons 's anderendaags ruim op tijd aanmelden aan de incheckbalie bladert de hostess aandachtig onze paspoorten door, tot de vraag komt waar ons visum voor Indie is. Welk visum??? We krijgen te horen dat een Indisch visum verkregen moet worden VOOR aankomst in het land. De procedure van visumaanvraag aan de grens, die tot nog toe in alle door ons bezochte landen moeiteloos werd aanvaard, bleek voor Indie niet te gelden. Met ongeloof en onmacht zien we hoe onze bagage terug van de lopende band wordt gehaald om ons even later te worden overhandigd, met het vriendelijk verzoek ons tot de Indische Ambassade te wenden. Gezien het vroege middaguur haasten we ons met een klein sprankje hoop doorheen het drukke stadsverkeer van Bangkok, maar zoals het ambtenaren betaamt zit hun vermoeiende werkdag er om 15 uur al op. Wanneer we de volgende morgen vernemen dat de visumaanvraag vijf werkdagen in beslag neemt, doet de gedachte een week verplicht in het smerige Bangkok te verblijven ons beslissen de reisroute aan te passen. We regelen een nieuw vliegtuigticket en 1 dag later landen we in Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. Het hele visumverhaal heeft ons een extra vlucht gekost, maar heeft ons tevens bespaard van een lange vermoeiende bus- en treinrit van Bombay naar Kathmandu, waardoor we zelfs vroeger dan gepland onze bestemming bereiken.
Nieuwsgierig en vol verwachting verkennen we deze nieuwe stad met zijn eigen cultuur. Kathmandu straalt een middeleeuws karakter uit. De nauwe steegjes met zijn oude bakstenen gevels en half vergaan houtsnijwerk, waardoorheen auto's, brommers, riksja's, fietsers en voetgangers zich kriskras een weg banen, vormen het decor van het alledaagse leven. Het oude stadcentrum herbergt een indrukwekkende verzameling aan tempels en paleizen. Hoewel Nepal in hoofdzaak aanhangers van het Hindoeisme kent leven Hindoe en Boeddhist in volstrekte harmonie naast elkaar. Sterker nog, nadat China in 1959 Tibet bezette, vluchtten tienduizenden Tibetanen naar Nepal, waar ze in het geboorteland van hun Boeddha opnieuw de vrijheid kregen hun geloofsovertuiging te volgen en alsnog hun identiteit wisten te bewaren. In een land waar het kastensysteem en armoede de regel zijn, wordt de onderlinge vrede en verdraagzaamheid ongetwijfeld mede bepaald door de grote rol die de godsdienst inneemt in het dagelijkse leven van de Nepalees.
In een poging ons te verdiepen in deze voor ons onbekende en complexe cultuur, brengen we een bezoek aan Pashupatinath. Het wordt een bewogen emotionele ervaring. Wat de Indische stad Varanasi met de Ganges als heilige rivier betekent voor Indie, betekent de plaats Pashupatinath voor Nepal. Dit heilige oord even buiten Kathmandu herbergt de belangrijkste Hindoe-tempel van Nepal. Gelegen aan de oevers van de heilige Bagmati-rivier is het de uitgelezen plaats voor de Nepali om gecremeerd te worden. Na de nodige rituelen wordt het lichaam op een onderbouw van gestapelde houtblokken gelegd, waarna de crematie verloopt onder toezicht van een verantwoordelijke die het vuur aan de gang houdt zolang nodig. Eenmaal beeindigd worden de resten in de onderliggende rivier geveegd en wanneer de assen en smeulende houtblokken sissend afkoelen in het heilige water kan men slechts nog hopen op de reincarnatie in een beter leven. Voor westerlingen is het, gezien het decor, moeilijk te begrijpen hoe een vrouw aan de overkant van het water rustig de was aan het doen is of hoe een jongetje enkele trappen lager dan de rouwende familieleden een magnetische bal in het water lanceert, in een poging waardevolle sieraden of gouden tanden 'op te vissen'. Het aanschouwen van dergelijk ingrijpende taferelen laat een mens zeker niet onbewogen.
Het heilige bedevaartsoord oefent tevens een aantrekking uit op de 'holy-man', die er hun vaste verblijfplaats hebben. Deze asceten leven in complete afzondering en wijden hun gehele leven aan God. De schaars geklede en vaak uitgemergelde 'wijze' mannen beschilderen hun lichaam soms geheel wit, terwijl het voorhoofd rode en gele vlakken draagt. Hun devotie garandeert hen een plaatsje in het Nirvana, de hemel voor de Hindoes en de ultieme bestemming die elke gelovige tracht te bereiken.
Diep onder de indruk verlaten we het heilige oord en na een wandeling van slechts 15 minuten bevinden we ons in het centrum van het Boeddhisme. In Bodhnath bevindt zich de grootste 'stupa' van Nepal en in de richting van de wijzers van de klok volgen we de talrijke Tibetanen in hun mediterende cirkelbeweging rondom het heiligdom. Vanop een platform rijst een witgekalkte koepelvorm waar bovenop de geschilderde ogen van Boeddha de wereld in vier richtingen aanschouwen. De dertien verdiepingen die de top vormen symboliseren de dertien etappes naar perfectie om het Nirvana te bereiken. Kleurrijke gebedsvlaggen wapperen vredig in de wind en zonder enige verwittiging wordt de sfeer van meditatie ineens verdreven door een heuse optocht. Voor we het goed en wel beseffen staan we temidden van een betoging van Tibetaanse monniken, die met slogan in de hand hun steun betuigen aan Tibet, waar in Lhasa momenteel serieuze rellen zijn uitgebroken tussen het Chinese leger en de onderdrukte Tibetanen. Ontroerd aanschouwen we deze vreedzame demonstratie en hun vraag naar recht op een eigen cultuur en identiteit in eigen land.
Na de leerrijke ervaringen rondom de hoofdstad bereiden we ons langzaam voor op de bergen. Het Himalayagebergte kent in Nepal ongekende hoogtes met de Mount Everest en de Annapurna. We besluiten een trektocht doorheen het Annapurnagebergte te ondernemen. Het circuit leidt ons rondom de -voor ons- onbereikbare pieken van 8091 meter en kan in drie weken worden afgelegd.
Een blog-stilte van enkele weken zal dus volgen, te wijten aan het hooggebergte, ver van alle communicatie en internet, maar als we het Boeddhisme mogen geloven dichter bij de goden dan ooit tevoren. Mogen ze ons behoeden!