18-23/02/08 - HongKong
Onderweg tussen Zuid-Afrika en Thailand verkennen we HongKong...
Het vergt enige organisatie nu de eerste etappe van onze wereldreis achter de rug is. Dat ons bezoek aan Afrika ten einde liep drie weken voor de geplande datum had alles te maken met het feit dat we de fiets hadden ingeruild voor de auto. Gezien de zanderige wegen zetten we onze tweewielers te koop in een fitness-centrum in Namibie. Maar ook het verblijf in Botswana was korter dan gedacht. Hoewel we in relatief grote steden ons best hadden gedaan om een 4x4 te huren voor het verkennen van de Kalahari woestijn, bleef dit avontuur uit vanwege de afwezigheid van autoverhuurbedrijven. Ook de geplande meerdaagse uitstap naar de zoutpannen en centraal Botswana viel letterlijk in het water want de mysterieuze witte zoutvlaktes staan tijdens het regenseizoen blank, waardoor ze veel van hun charme verliezen. Het hoofdstuk Afrika werd dus afgesloten met een tweede bezoek aan en een blij weerzien van mijn tante en de andere zusters in Warmbad, alvorens op te stijgen vanuit Johannesburg en vol verwachting een nieuw avontuur tegemoet te gaan.
De vlucht van 12 uur bracht ons naar HongKong en hoewel deze bestemming ons enigszins werd opgelegd door het nemen van een wereldticket, werd het bezoek aan deze Chinese grootstad voor ons een mega-ervaring. Moe van de lange vlucht en een jet-lag van zes uur tijdsverschil baanden we ons een weg doorheen de onbekende straten. Het centrum van HongKong bestaat uit de noordelijke wijk Kowloon gelegen op het vasteland en het zuidelijker gelegen HongKong-Island. En net zoals op de grens tussen Zambia en Zimbabwe de onvergetelijke watervallen naar Queen Victoria werden vernoemd, zijn het ook hier weer de Engelsen geweest die ter ere van hun koningin de haven die HongKong-Island van het vasteland scheidt omdoopten tot 'Victoria Harbour'. Slechts in 1997 kreeg de stad zijn autonomie terug en ging HongKong onder Engels bewind terug naar China. Deze smeltkroes van culturen blijft voelbaar en tot op de dag van vandaag voelen de zeven miljoen inwoners zich niet zozeer Chinees, als wel simpelweg "inwoners van HongKong". We vinden een modeste huisvesting in hartje Kowloon en hoewel onze piepkleine kamer op de zevende verdieping van een troosteloos appartementsgebouw niets romantisch heeft, de accommodatie is goedkoop en centraal gelegen. En ook al stoppen we bewonderend voor de rolls roices geparkeerd voor het super-de-luxe Peninsula Hotel enkele straten verderop, voor ons budget zijn we meer dan tevreden met onze keuze. We gunnen ons enkele uren rust alvorens we een eerste verkenning wagen, want vier dagen om een wereldstad als deze te bezoeken blijft natuurlijk een korte tijdspanne.
Misschien kon het contrast na Botswana niet groter zijn maar we kijken onze ogen uit. De hoofdstraat blijkt een aaneenschakeling van boutiques, straatkraampjes, gigantische shoppingcentra en restaurants. Wanneer tegen het vallen van de avond de menigte zich ontpopt tot mensenzee, verlichten Chinese en Engelse neon-reclameborden uitbundig het drukke straatbeeld. Verwonderd kijken we naar de overvolle seafood-restaurants, waar op de stoep de net bestelde visgerechten uit grote aquaria worden gevist en verser dan vers worden klaargemaakt.
Via de Salisburylaan -ik merk gelijk dat ik niet op de gelijknamige diergeneeskundige faculteit in Merelbeke ben- bereiken we het waterfront. De skyline van HongKong is een attractie op zich. Iedere avond om 20 uur wordt er voor iedereen die het zien wil een lichtshow met muziek gegeven. Gezeten op een bankje langs de kade worden de kijklustigen een half uur lang verwend met oplichtende spots die de wolkenkrabbers een ander silhouet geven. En van wolkenkrabbers gesproken! Het plaatsgebrek op het eiland zal er wel voor gezorgd hebben dat HongKong zich noodgedwongen in de hoogte is gaan uitbreiden. De moderne bank van China met zijn 70 verdiepingen stelt zijn 43ste verdieping open aan het publiek en ramen georienteerd in alle windrichtingen laten ons genieten van een hoger uitzicht op de stad. Maar voorlopig wint de gestroomlijnde IFC-toren (International Finance Centre) het en is hij met zijn 420 meter de hoogste skyscraper van HongKong en de zes na hoogste ter wereld.
Tijdens ons korte bezoek hebben we het geluk een evenment te mogen meemaken wat slechts om de twee weken plaatsvindt op woensdagavond en de stad op zijn kop zet: de paardenkoersen in de hippodroom Happy Valley. Met het drukke veerbotenverkeer in Victoria Harbour bereiken we het eiland en na een lange dag van sightseeing nemen we de stampvolle tram naar de eerder op de dag bezochte renbaan, toen nog in volle voorbereiding op het grootse gebeuren van vanavond, nu in volle glorie in het licht van de schijnwerpers en een uitpuilend stadion. Naast de toeristen en de mensen die een speciaal avondje uit hebben, zijn er de gedreven paardenwedders die met de krant in de hand op het puntje van hun stoel op het televisiescherm de laatste ontwikkelingen volgen. Wij wedden op twee koersen op nummer 11 maar het geluk staat niet aan onze kant of we moeten erkennen niet tot de kenners te behoren. De acht koersen kennen verschillende afstanden en steeds worden twaalf paarden ingezet. Eerst worden de paarden in de ring aan het publiek voorgesteld, waarna de jockeys een opwarmingsrondje rijden. In de boxen aan de startlijn gaat het eenmaal fout wanneer een paard steigert, op zijn rug valt en daarmee de jockey blesseert die zich op zijn knieen uit de box weet te bevrijden. Zolang het paard klem blijft liggen maakt een opgewonden paniek zich van het stadion meester en als het paard na tien minuten uiteindelijk op eigen houtje overeind krabbelt is de opluchting groot. Zijn koers is afgelopen voor het startschot werd gegeven. Tegen de tijd dat de laatste rennen aanvatten nemen wij de boot terug naar het vasteland. Ook in het donker ervaren we HongKong als een veilige stad met vriendelijke mensen, die niet zoals in vele wereldsteden verdwijnen in de anonimiteit van de massa, maar hun gezicht bewaren en ons behulpzaam aanspreken wanneer ze ons de weg zien zoeken.
We trekken er een dagje voor uit om op Lantau-Island, iets buiten het stadscentrum, de Big Buddha en zijn tempel te gaan bezichtigen. Het imposante bronzen Buddha-beeld is zo strategisch op een hoogte gebouwd dat hij kilometers voor aankomst al zichtbaar is. Gelovigen van elke leeftijd beklimmen geduldig de oneindige reeks trappen die naar het beeld leiden, maar de fanatieke volgelingen vinden we bij de tempel. Aan het plafond in de tempel hangen spiraalvormige wierookbranders die tot een week nodig hebben om langzaam op te smeulen. Buiten is overal en naar ieders beurs wierook te koop, van simpele fijne snelbrandende stokjes tot manshoge staken zorgvuldig gedecoreerd met goudkleurige opschriften. De gekochte wierook wordt ter plaatse aangestoken om na een bedankingsritueel te worden geofferd.
De laatste dag van ons verblijf benutten we met een bezoek aan de talrijke markten. Na de groente- en kledingmarkt 'Ladies Market' komen we in het paradijs van de goudvissen. Hoewel het opgesloten zitten in een plastic zakje met net voldoende water en zuurstof weinig paradijselijks heeft, zijn ze enkele straten lang het handelsmerk bij uitstek en de etalage van honderden eenzaam dobberende visjes heeft wel iets fotogenieks. Enkele straten verderop wanen we ons in een tropische tuin van groene planten en geurende bloemen. Onze wandeling loopt ten einde op de vogelmarkt, waar bontgekleurde zangvogels alleen de ruimte van hun kooitje kennen en hooguit kunnen hopen op een ongekende vrijheid en een hemel van HongKong zo ruim om weg te vliegen, zoals wij morgen, naar andere horizonten.