We hopen dat onze blogvolgers genoten hebben van onze actiefoto's zonder jullie al te veel aan het schrikken te maken. Sandboarden is op zich geen risicovolle sport. Zonder ooit te hebben gesnowboard leerden we de identieke techniek aan op het zand. Gedurende twee voormiddagen klauterden we tot vermoeiens toe de hoge zandduinen op. Zichzelf profilerend als eco-vriendelijke sport willen ze van ski-liften of quadbikes niets weten. Elke klim werd gelukkig beloond met een sensationele afdaling. Wat het skydiven betreft liggen de risico's enigszins anders. Op 3000 meter hoogte met een koprol uit het vliegtuig tuimelen om vervolgens een vrije val van 2000 meter in 35 seconden te maken, alvorens de parachute door de instructeur wordt geopend, is een hoogst unieke ervaring. De vliegstunten van de piloot, het rolluik wat als exit dient en het pas openen van de parachute wanneer je tegen een snelheid van meer dan 200 km/uur naar beneden suist, werken op zijn zachtst uitgedrukt adrenalineverhogend.
We besluiten Swakopmund te verlaten en nemen de weg in noordoostelijke richting om het nationaal park Etosha te bezoeken, de wildtuin bij uitstek van Namibie. Onze ontgoocheling is echter groot wanneer we gedurende onze tweedaagse tocht amper wild te zien krijgen. De verklaring is niet ver te zoeken. Hoewel de dieren zich tijdens het droogseizoen rond de waterpunten concentreren, is er in hartje regenseizoen overal voldoende water in het park aanwezig. Alleen de Etosha-pan is de moeite waard, een uitgedroogde vlakte van witte klei die 5000 km2 beslaat en 25% van het totale parkoppervlak inneemt.
Ons bezoek aan Namibie loopt stillaan op zijn einde want wat ons rest is de Caprivi-strip, een enigszins bizarre smalle landstrook die zich grenzend aan Angola in oostelijke richting uitstrekt. We vinden een kampeerplaats aan de oevers van de Okavango-rivier en voor we het goed en wel beseffen bevinden we ons in een exclusief bushcamp. Vanuit ons openlucht-bad met zicht op de rivier kunnen we twee hippo's bewonderen, die ondergedompeld in het water slechts hun ogen en oren laten zien. Wanneer de nacht zijn intrede doet en deze dieren hun graasactiviteiten aanvatten, worden we herhaaldelijk gewekt door hun nachtelijk gebrul. Bij het verkennen van de omgeving de volgende morgen ontdekken we verse viertenige pootafdrukken op het kampeerterrein. Met ongeloof beseffen we dat deze voor de mens mogelijk gevaarlijke dieren niet alleen maar aan de overkant grazen, en gaan een tweede en ditkeer slapeloze nacht tegemoet. De watergeluiden zijn vlakbij en muisstil kruipen we wat dieper in onze slaapzak. Pas wanneer de bevrijdende zonnestralen de gevaren van de nacht hebben verdreven durven we opgelucht onze tent te verlaten.
Na het doorkruisen van de Caprivi-strip bereiken we het landenkruispunt waar Namibie grenst aan Zambia in het noorden, Zimbabwe in het oosten en Botswana in het zuiden. We regelen een visum voor Zimbabwe voor het bezoeken van de Victoria Falls, waarna blijkt dat onze Zuid-Afrikaanse huurauto de grens niet over mag. Avis geeft niet toe en we zien ons genoodzaakt ons aan te sluiten bij een georganiseerde tour. De watervallen worden er niet minder spectaculair van en onder een stralende hemel genieten we van dit exceptionele natuurwonder. De Zambezi-rivier stort 108 meter naar beneden over een afstand van 1.7 km breed en kent daarbij een gemiddelde jaarlijkse flow van 1 miljoen liter per seconde. Door het regenseizoen is de rivier op volle kracht en opspattend water vormt niet alleen nevelige sluiers die het schouwspel bij tijden aan het oog onttrekken, maar vormt ook een genereuze douche voor elk van haar bezoekers. De meeste toeristen hebben zich diep onder de regenjassen weggestoken, maar wij halen onze zwemkleren tevoorschijn. Bij deze tropische temperaturen is een wandeling in zwembroek en bikini verreweg de comfortabelste oplossing. We genieten van de zeer plaatselijke stortbuien, picknicken bij de hoofdwatervallen en zijn dankbaar voor de stralende dag, waardoor regenbogen het schouwspel nog mooier kleuren.
Ons bezoek aan Zimbabwe blijft beperkt tot de watervallen. Onder het politiek en economisch instabiele regime van Mugabe bedroeg de inflatie in 2007 maar liefst 9000%. Erg enthousiast zijn we niet onze dollars om te zetten in waardeloze miljoenenbriefjes zimbabwaanse dollars. We steken de grens weer over met Botswana, waar we in het noorden van het land de Okavango-delta verkennen. De Okavang, die in Angola ontspringt en een indrukwekkende rivier vormt in Noord-Botswana, verliest zichzelf 300 km verder in het deltagebied. Een brede waaier aan rivieren, stroompjes, meren en moerasgebieden absorberen het aangevoerde water, gedoemd uiteindelijk te verdwijnen in de droge gronden van de Kalahari. We verkennen dit deltagebied met het traditionele vervoermiddel, de mokoro, een uit 1 boomstam vervaardigde prauw. Het instabiele bootje kent de nodige barsten en water sijpelt via kleine stroompjes binnen. Geruisloos glijden we door een labyrint van riet en papyrus, op het ritme van de bomer die zich behendig een weg baant in zijn vertrouwde omgeving. Sereniteit en rust domineren hier het leven, daar waar tijd en ruimte elke notie verliest. Slechts half droog bereiken we het eiland waar we een plek zoeken om onze tent op te zetten. Ons bushcamp kent een uniek decor door de aanwezigheid van een olifantskelet. Onder een schroeiende namiddagzon maken we een lange wandeling om de bewoners van het eiland te ontdekken. Behoedzaam volgen we onze gids door de hoge vegetatie en vinden kuddes impala's, zebra's en giraffen. Via de 'hippo-pool', waar ruim twintig nijlpaarden geduldig in het water op de avond liggen te wachten, bereiken we op het orientatievermogen van de gids ons kamp, wat wij met geen mogelijkheid meer hadden teruggevonden. De avond valt en gezeten naast een olifantenschedel op een reuzenhumerus genieten we van het kampvuur. De massale aanval van bloeddorstige muggen ontvluchtend zoeken we de geborgenheid van onze tent op, en terwijl we luisteren naar de veelheid aan nachtelijke geluiden beseffen we dat we alweer een unieke ervaring rijker zijn.