Na een periode van zand happen in de Namibische woestijn, zijn we tijdelijk terug in de bewoonde wereld, vanwaar we iedereen een gelukkig 2008 toewensen. Veel leesgenot met de volgende verslagen.

We hadden een rustige Kerstdag in de lodge aan het Bloubergstrand. Na een aantal telefoontjes naar het thuisfront, volgde een echte Christmas lunch met veel salades en champagne, in internationaal gezelschap. Na twee weken in Kaapstad ontwaakte het avontuur weer in ons, we wilden weer verder. De afwezigheid van wind en de windstille vooruitzichten namen de hoop weg op verdere kite-surf-lessen, dus besloten we om de tent op te pakken en ons avontuur te vervolgen.
Om een beetje in de spirit van de feestdagen te blijven besluiten we enige tijd te besteden rondom Paarl, Stellenbosch en Franschhoek, Zuid-Afrika's meest gereputeerde wijngebieden. In het Neethlingshof is, tenzij met een op voorhand geboekte tour, geen rondleiding te krijgen. Toch zien we kans een deel van de collectie vaten waarin de wijn ligt te rijpen van zeer dichtbij te bekijken. Het is grappig te zien dat enkele grootse vaten uit de franse Limousin en zelfs uit ons buurtdepartement de Allier afkomstig zijn. In Boschendal zijn we voor de wijntour aan de late kant, maar het lukt ons via de achterdeur op eigen houtje de gigantische fermentatievaten te aanschouwen. Hierna volgt een zeer geslaagde wijnproefsessie, die resulteert in de aankoop van 2 flessen wijn en een zeer opgewekte stemming wanneer we terug in de auto stappen.
Grenzend aan de wijnstreek ligt het stadje Ceres, een voor ons sinds twee maanden bekende naam als overheerlijk fruitsapmerk. De productie is dan ook enorm. De boomgaarden vol sinaasappels, peren, perziken en appels lijken eindeloos en we besluiten te overnachten op een camping tussen al dit lekkere fruit.
Onze reis vervolgt zich noordwaarts richting Namibie. Na 80 km piste doorheen het Cedergebergte overnachten we in de 'Cederberg Oasis'. Die beslissing zet onze plannen op hun kop. Aangekomen in het etablissement van Gerrit en Chantal Karsten, gelegen in een vallei tussen ruwe rotsige bergen zijn we verkocht. De plek is een ware oase en het groene dal contrasteert sterk met de dorre heuvels. De sinaasappelboomgaard zorgt voor een sappig ontbijt, de vijgebomen geven onze tent een rijke schaduwplek en bij 40 graden in de schaduw maken wij dankbaar gebruik van een plons in het zwambad. Ondanks de warmte trekken we toch de bergen in. Een wandeling van 8 uur brengt ons in wonderland. Grillige rotsformaties vormen een uniek decor waarbij de wind door de jaren heen de rotsen letterlijk sculpteerde, kneedde, bewerkte, als een kunstenaar zijn materie. Het eindpunt van de wandeling is een enorme stenen boog waar we genietend van de enige schaduwplek uit de omgeving het uitzicht bewonderen. We ontdekken onze bushmanpaintings, 1000 jaar geleden in grotten aangebrachte schilderingen, door de San-people, de enige echte oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika.
We ondernemen een fietstocht over een bergweg die eigenlijk slechts voor 4x4 is bedoeld en komen oververhit en dooreengerammeld thuis.
s'Avonds krijgen we les van Gerrit in de sterrenkunde. Nooit hadden we geloofd meer sterren te aanschouwen dan in Chantegrue bij onbewolkte hemel. Hoewel, hier zijn naast ontelbare sterren zelfs twee verre galaxies te bewonderen, twee nevelige wolkjes nemen elke nacht precies dezelfde plaats in in het hemelruim. We besluiten ook Oud en Nieuw hier te vieren. Zittend rond het kampvuur, een glas champagne in de hand, onder een heldere sterrenhemel met vallende sterren, zullen we de overgang 2007/2008 niet snel vergeten.
Nieuwjaarsdag vertrekken we dan toch vanuit deze oase van groen en rust richting Namibie. In Springbok doen we de nodige inkopen en gaan we nog 1 keer lekker uit eten voor we de woestijn intrekken. De gravelroad naar de Fish River Canyon ligt er goed bij en de tocht verloopt vlot, tot dat...onze dapperen Chico zich geplaatst ziet voor een immense zandbak. Waar een 4x4 zich fluitend doorheen baant komen wij hopeloos vast te zitten. Na herhaalde pogingen en manueel graafwerk in het rulle zand komt de redding van vriendelijke Namibiers die ons met hun 4x4 moeiteloos, als was onze Chico een speelgoedautootje in een zandbak, uit onze benarde positie helpen. Bij de canyon aangekomen is de eerste camping volgeboekt en de tweede peperduur waardoor we besluiten onze tent gewoon in het woestijnlandschap op te zetten en voor het eerst wild kamperen. De volgende dag brengt een prachtig bezoek aan de eigenlijke canyon. De uitzichten zijn fenomenaal en we beseffen dat we een natuurverschijnsel aanschouwen dat alleen moeder natuur creeren kan. De canyon strekt zich uit over een lengte van 160 km, is 27 km breed en 550 m diep. De bovenste niveauverschillen ontstonden door verschuivingen in de aardkorst terwijl de diepere canyon door de tijd heen uitgesleten werd door de Fish River, nu een droogliggende rivier. Alleen tussen april en september is er voldoende water en herneemt de rivier zijn loop. Alleen dan is het park geopend en zijn vijfdaagse hikes langsheen de rivierbedding toegelaten. De afwezigheid van wind doet de temperatuur buiten deze periode om al gauw oplopen tot ruim 50 graden. We brengen een heerlijke dag door langs de randen van de canyon. Zowel ontbijt als diner nemen we op het main viewpoint en zo genieten we van een zonsondergang in een buitengewoon kader.
Hoe meer we noordelijk trekken hoe woestijnachtiger de omgeving wordt. Geel wordt de dominerende kleur van verdorde vegetatie en langzaam in omvang toenemende duinen. In het Namib-Naukluft-Park slaan we een zijweg in om de wilde paarden te bewonderen. Hun herkomst is voor discussie vatbaar. Verloren paarden uit de tijd van de Duitse kolonisatie of drenkelingen na een Europese schipbreuk? Gezeten in een houten uitkijkpost vlakbij de waterput nemen we de tijd en zien we hoe een dertigtal wilde paarden hun dorst komen lessen. Met wat geduld komt ook een gemsbok op het water af, een elegante antilope, gekenmerkt door een bont kleurenpatroon en enorme kaarsrechte naar achter gerichte hoorns.
Eenmaal aan de kust in het opvallend duits klinkende Luderitz lijken we wel op het einde van de wereld. Het ganse stadje baadt in een sfeer van vergane glorie. Dit gevoel wordt alleen maar versterkt door het nabijgelegen Kolmanskop, een spookstadje dat na de teloorgang van de diamantmijnbouw langzaam terug door de duinen wordt overwonnen. We bezoeken de kustlijn en zijn verrast er zoutvlaktes te vinden. Maar ook de dierenwereld blijft ons verwennen. Hoe hadden we ooit kunnen denken op dezelfde dag dolfijnen, zeehonden, pinguins en roze flamingo's te kunnen bewonderen?
Na 500 km gravelroad komen we met hoge verwachtingen aan in Sesriem, de toegangspoort tot de Sossusvlei, bekend voor het herbergen van 's werelds mooiste rode zandduinen. De uitbuiting van deze toeristische trekpleister is groot en kampeerprijzen nemen schandalige proporties aan. Hun monopoliepositie laat hen toe alleen voor hun eigen kampeergasten het park langere openingsuren te geven, waardoor een schitterende zonsopgang of -ondergang boven de duinenzee hun privilege is. We weigeren deze discriminatie te ondergaan, zoeken ander logement en staan samen met vele anderen om 6u15 aan het toeganshek van het park, 1 uur na zonsopgang. Het schouwspel wordt er niet minder spektakulair van. Een weg geflankeerd door een aaneenschakeling van rode zandheuvels brengt ons 65 km verder in de Sossusvlei. De klimmende zon legt haar schaduwen in het westen waardoor lichtcontrasten ontstaan op de glooiende duinkammen. We beklimmen de 350 m hoge duin van waarop we prachtig zicht hebben op de vallei, een komvormige korstige vlakte van gebroken aarde, gevormd 7 jaar terug toen de rivier voldoende water bevatte om tot hier door te stromen. Twee zandheuvels verder komen we in 'Death Valley'. Het landschap heeft iets irreeels. Een klein dal omringd door rode zandduinen heeft in een ver verleden voldoende water kunnen vasthouden om er bomen te laten groeien. Vandaag is ieder spoor van water verdwenen, diepe wortels staan doelloos in de bleke opgedroogde aardkorst en de verzameling dode bomen rest alleen nog kale verweerde takken die smekend naar het luchtruim wijzen. Op het middaguur stappen we terug door het mulle zand, de 4x4 sporen volgend die ons terug bij de auto moeten brengen. Het hete zand schroeit onze voeten en de aangeboden lift van een passerende 4x4 nemen we graag aan. De afwezigheid van water en schaduw geven aan de woestijn zijn onoverwinnelijke kracht.