10/07/08 - Met de camper door Australie
Reizen met een campervan brengt een bepaalde routine met zich mee maar geeft de reiziger tevens een onbeperkte vrijheid. Temeer wild kamperen in Autralie als erg normaal wordt beschouwd. Wanneer de zon stillaan aan de horizon zakt zoeken wij een geschikt plekje uit voor de nacht. Soms verblijven we met tal van andere campers op de gratis parkeerplaatsen die uitgerust zijn met picknicktafels en sanitair block. Meestal rijden we de hoofdweg af en volgen met onze niet-4WD-Mitsubishi-bus een goed onderhouden gravelroad tot we een slaapplaats hebben gevonden. Vreemd genoeg ervaren we in deze middle of nowhere nooit een gevoel van onveiligheid. Van de kangaroes, wallabies en dingos (wilde honden) hebben we immers niets te vrezen. Bij een glaasje australische wijn genieten we dubbel van de laatste zonnestralen, want het is in Australie inmiddels hartje winter en de dagen zijn maar kort. Na een vaak spectaculaire zonsondergang koelt het 's avonds al snel af. Onder toezicht van een steeds weer indrukwekkende voltallige sterrenhemel koken we ons avondmaal (kangaroesteak) en brengen de avond door bij kaarslicht, alvorens de warmte van onze slaapzak op te zoeken. Bij de eerste tekenen van daglicht komt er weer beweging in de camper. Onze manier van reizen is misschien te basic om van luxe te spreken, maar elke dag beginnen met een kop hete koffie in de eerste zon, geeft ons een dankbaar gevoel van eenvoudige rijkdom. Een nieuwe stralende dag is aangebroken (je hoeft je hier nooit af te vragen welk weer het wordt) en nodigt ons uit voor het verder verkennen van het immense land.
Vanuit Cairns trekken we eerst naar het Noorden. In Port Douglas treffen we palmboomstranden in de oranje gloed van een ondergaande zon. De vegetatie wordt naar het Noorden toe langzaamaan tropisch. Cape Tribulation vormt het eindpunt van de geasfalteerde weg. Na in Swakopmund in Namibie de woestijn te hebben zien verdwijnen in de Atlantische Oceaan, zien we hier hoe weelderig groen tropisch regenwoud de strandlijn ontmoet van de Pacifische Oceaan. De keurig aangelegde wandelpaden leiden ons veilig doorheen de dichte begroeiing en vormen een leerrijke tocht langs eeuwenoude bomen met gigantische plankwortels, ongerepte vegetatie en uitgestrekte mangroves.
We laten het regenwoud en de tropische stranden achter ons om het binnenland te gaan verkennen. De authentieke 'Outback' van Australie kent slechts enkele hoofdwegen. Kaarsrechte stroken asfalt waar geen einde aan lijkt te komen doorkruisen een vlak monotoon landschap, slechts gekenmerkt door rode termietenheuvels, een schrale vegetatie en grazende koeien die geen omheiningen kennen. De Stuart Highway verbindt Darwin in het Noorden met Adelaide in het Zuiden en overbrugt een afstand van 3000 km. Het wegennet in Australie wordt bijna exclusief gebruikt door vakantiegangers en goederenvervoer. Deze laatste nemen dusdanig buitengewone proporties aan dat ze slechts op de highways kunnen rijden. De zogenaamde 'road trains' bestaan uit een bestuurderskabine met sterke bullbar, trekken drie tot vier aanhangers en hebben een maximaal toegestane lengte van 55 m. Hun vaak nachtelijke verplaatsingen maken enkele slachtoffers onder het loslopend vee, maar doden duizenden kangaroes en wallabies. Na het getuige zijn van een overrijding onderzoeken we een dodo wallabie en in de buidel van het moederdier ontdekken we een nog levende foetus. De navelstreng maakt verbinding met de ongeboren vrucht thv de mond en twee tepeltjes bevinden zich op kruipafstand. De voortplanting van de buideldieren behoort alweer tot een ingenieuze uitvinding van moeder natuur. Wij komen gelukkig aan in Alice Springs zonder slachtoffers te maken. Eenmaal daar bezoeken we de Mac Donnell Ranges. Het maken van lange bergwandelingen naar en door smalle gorges vormen een welkome activiteit na de vele uren auto rijden. Hoewel, er rest ons nog steeds een 'kleine' 450 km naar Australisch beroemdste Nationaal Park. In het hartje van het land liggen temidden van onmetelijke vlakten twee hoogst merkwaardige rotsformaties: Ayers Rock (Uluru voor de Aboriginals) en The Olgas (Kata Tjuta). Jaarlijks lokt de trekpleister zo'n half miljoen bezoekers. Hoewel de Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van het land, de plaats als hoogst heilig hebben verklaard valt er geen 1 te bespeuren. Bij aankomst maken we de 10 km wandeling rondom Ayers Rock. De roestbruine massieve rots is 3,6 km lang en 348 m hoog en vertoont tot onze verbazing een heel aparte structuur. Wanneer de zon naar de horizon zakt installeren we ons op het dak van onze camper, vanwaar we een prima hoog zicht krijgen op de rots. Vanaf dit moment worden alle fotorecords gebroken door de talloze toeschouwers. De roestbruine wand kleurt hoog oranje-rood net wanneer de zon onder de einder wegduikt en beslist de andere helft van de wereldbol van daglicht te gaan voorzien (Gregory en Lies: wakker worden!). 's Anderendaags bezoeken we de even verderop gelegen Olgas. 'The Valley of the Winds' wordt een onvergetelijke trekking. Het landschap van talrijke ronde rotsformaties vormt valleien en kloven waar we doorheen wandelen. Het lichtspel van zon en schaduw is verbluffend en vormt met het tegenlicht in de kloof voor unieke effecten. Nog vol van de natuurpracht van de Olgas, beklimmen we tegen de avond Ayers Rock. De helling is veel steiler dan verwacht en gelukkig voorzien van een ketting. Eenmaal het zwaarste traject achter de rug vormt de onderbroken stippellijn de enige indicatie in dit maanlandschap. Wanneer we uiteindelijk de afdaling inzetten staat de zon al zo laag dat de rots waarop we ons bevinden steeds intenser oranje-rood kleurt. Het licht waarin we stappen is haast onwerkelijk. Vandaag lopen we op Ayers Rock in ondergaand zon. Op hoeveel gemaakte foto's vormen wij op dit moment de figuranten?
Op onze terugweg naar Alice Springs trekken we er een dagje voor uit om Kings Canyon te bezoeken. De wandeling brengt ons langsheen de canyonranden die terecht doen duizelen. De witte zandsteen contrasteert mooi met de rode sporen, nagelaten door het ijzerhoudende regenwater. Direct na de wandeling rijden we door naar Alice Springs. Voor vrijdag 4 en zaterdag 5 juli staat er een grootse show op het programma die we niet willen missen. De opkomst van de koeien valt wat tegen maar het paardenprogramma daarentegen is meer dan de moeite waard. We krijgen demonstraties van veedrijven te paard, waarbij een vastgelegd parcours gevolgd moet worden. Daarna komt de 'teampenning', waarbij drie ruiters kalfjes met eenzelfde kleur halsband uit de kudde moeten selecteren en afgezonderd houden. Bij de laatste opdracht komen de lasso's tevoorschijn. Een ruiter vangt een kalfje bij de nek. Het paard, wiens harnas vastzit aan het andere uiteinde van de lasso, trekt het kalf klem tussen twee hekken. Drie cowboys snellen te hulp en binden de poten van het kalf vast. Wanneer het paard nu door dichterbij te komen de spanning van het touw haalt, valt het zo uit evenwicht gebrachte kalf haast vanzelf op zijn zij. Terwijl de ruiter met lasso alweer op zoek gaat naar zijn volgende slachtoffer wordt het gevangen kalf geoormerkt en gebrandmerkt. Van spektakel gesproken!!